En, wat hebben we geleerd vandaag?

Dat anderhalf uurtje op uw eigen zijn af en toe deugd kan doen.
Dat er een drankje bestaat dan boswandeling heet.
Dat een ochtendwandeling door een lege stad een mens tot rust brengt.
Dat er geweldige groep jonge ontwerpers zijn in Gent. Dat die mensen verblijden en aan het lachen brengen, en ontroeren, soms.
Dat het plezant is een babbeltje te maken met mensen die de kleren ontwerpen die gij graag ziet en draagt.
Dat het pipisteegje (ook wel Werregarenstraat genoemd) onlangs wit is geschilderd (al dat licht!), en dat reeds menig graffitit-artsiest er intussen zijn hart heeft opgehaald…
Dat een opsteker krijgen, een teken van waardering, een complimentje, u zo uit het slop kan trekken dat ge alles weer volledig ziet zitten.

Het was een schoon weekend, voorwaar. En dan moeten we nog naar een verjaardagsfeestje van een pas 92 geworden jonkvrouw…

Da mondje is nen droom hé…

Ik heb geen goeie tanden. Ik wil daarmee zeggen, ik verzorg mijn tanden goed, poets ze minstens tweemaal per dag mijn tanden, flos dat het een lieve lust is, ga om de zes maand trouw naar de tandarts, en na een snoeptussendoortje neem ik zo een V6-ke, maar dat heeft niet kunnen beletten dat ik al meer vullingen heb dan me lief is. Ik sprak er de laatste keer nog over met mijn fantastische tandarts. “‘t Is toch erg, hé, al die vullingen”, zei ik beschaamd toen ik mijn OPG-tje bekeek. “Gij kunt daar niet aan doen, hé, zei hij, dat zijn de genen hé.” En troostend voegde hij eraan toe, “‘t Valt nog mee, ze!”

Ik moet u niet vertellen zeker dat het ongelooflijk deugd deed toen de tandtechnicus vanmorgen de gevleugelde woorden uit de titel sprak toen ze in mijn mond zat te kijken, onderwijl codetaal tegen de verpleegster sprekend. Molaar, craniaal, 1, 2, 1, daarnaast 3, 1, 1, enz enz… En ze meende dat hé, van dat droommondje. “Zo goed verzorgd! Vorige week nog heb ik hier zitten ploeteren in de tandplaque, dat was wat anders ze!”

Ik heb ook geleerd dat ik wonderbaarlijk scherpe styloideussen heb (“die zouden u met de jaren last kunnen berokkenen bij het slikken”, klonk het), ze zagen er ook nogal vervaarlijk scherp uit, moet ik zeggen, en dat ik hyperlakse gewrichten heb, in mijn mond toch.

Ahum. Ahum. Staat u mij toe een knopje los te maken.

Wat zegt ge, Bol?

Dit weekend was zoals aangekondigd nogal volgepropt. Een paar dingen zijn er niet van gekomen, gelukkig maar, het programma was gewoon dodelijk. Maar er kwam ook een onverwachte verrassing.

Het was eigenlijk vooral een weekend vol warme vriendenvreugd, voor jong en oud. Vrienden van nu, Vrienden van heel lang geleden, Vrienden zo vers als een versgebakken broodje, Vrienden waar ge op kunt rekenen, en Zo Goede Vrienden dat ge u niet meer kunt voorstellen dat er een tijd was dat ze uw vrienden nog niet waren. Zalig is dat.

En de titel, dat zijn de woorden van metekindje m., die b. nu ook met Bol aanspreekt, net zoals haar meter. Ze bezorgde ons alweer een paar keer de slappe lach, het klein spookske.

Kine

U hebt toch al uw kuiten ingesmeerd, voor het komende weekend: het drukste weekend van het jaar, mijn gedacht, al mogen de weekends die erop volgen er ook wel zijn…
Op het programma staan: jazz in ‘t park (maal vijf), Stephan Vanfleteren in het Circus Mahy, SMAK opening, bibliotheek, Bijlokefestival, opendeurdagen winkel X. (mét korting), opening winkel Y., Rommelmarkt Prinsenhof, Rommelmarkt Normaalschoolstraat, babyfeestje, en intussen ook wat tijd vinden voor cadeautjes kopen, plastificeerpapier kopen, de rest van Henri zijn boeken kaften, en wat werken. O, en moestuinieren, en oogsten!

Is dat wel oké, dat uw agenda in het weekend even vol staat als in de week? Het ergst van al is, volgend weekend is het niet veel beter, met OdeGand, Wardrobe 2.0., Open Monumentendag, onder andere…

Ochtenddichter(s)

“Lekker weertje, hé”, zei ik vanmorgen tegen Henri, toen we door de pletsende regen op de fiets naar school stapten (ja, u leest het goed). “Goh”, relativeerde henri, “ik ben al blij dat het niet zo koud is dat ge uw adem kunt zien, of dat uw woorden op de grond vallen, als waren het geweerschoten.”

Poëtisch vind ik ook, die meisjes met hun paraplu op de fiets. Ik geef toe, ik vind het ook een klein beetje belachelijk, maar toch ook schattig. En, toegegeven, ik -met hoedje én regenjas maar zonder paraplu- was kliedernat toen ik vanochtend in het UZ aankwam. Note to self: dringend regenbroek aanschaffen.

Eerder prozaïsch voordeel van dit weer: plaats zat vanochtend in de fietsstalling: zomerfietsers, move over, haha (evil laugh).

Eerste stressdag

Mannekes wat een dag. Wat ik niet begrijp is, waarom kunnen ze het lijstje met dingen die moeten gebeuren niet de laatste schooldag van het vorig jaar meegeven, zodat iedereen op zijn gemak die dingen kan voorzien? Maar neen, alles moet op de eerste schooldag, met als gevolg dat gans het stad vol loopt met ouders-zonder-kop en kinders-in-overdrive. Heeeeelp!

Henri wou Star Wars kaftpapier. Ja, ik weet het, daar hadden we ook zelf wat vroeger aan kunnen denken, dan hadden we maar één stop moeten doen, gisteren, de Ava, waar ge alles vindt, bvehalve Star Wars kaftpapier. Gelukkig was ik zo voorzienig geweest zwart kaftpapier van daar mee te grissen, in geval we van een kale reis zouden terugkomen. Want Star Wars Kaftpapier, dat hebben ze *ook niet* in de Inno, de Hema, de Blokker, de Club, de Bart Smit. Wat ze daar wel hebben, in al die winkels, is hecticiteit en krijsende kinders. In overvloed, zelfs.

Ik was tegen dan zo zotgedraaid dat ik suggereerde wat vroeger van de ytram te stappen en langs de schoenwinkel te passeren, ah ja, want Henri heeft al een grote voet (37!), heeft een brede wreef en als ge te lang wacht heeft hij nog keus tussen 2 schoenen en het is geen gemakkelijke klant, die zoon van mij. Schoenen kopen, dat is vette stress, meneer. Ik kon er maar niet genoeg van krijgen, precies, gisteren. En intussen heddan we nog steeds geen Star Wars kaftpapier.

Maar u kent dat, schaarste lijdt tot creativiteit. En zo heeft Henri nu zwart gekafte boeken, met een schoon ouderwets zwartomlijnd etiket, voorzien van Star Wars scrap dinges (geknipt en geplakt uit folders en speelgoedbijsluiters), en afgewerkt met een plastificeerpapierke. U leest het goed, twee keer kaften voor de prijs van één.

En te zeggen dat ik kaften haat, eigenlijk. Dat mijn knipjes altijd te lang of te kort zijn, mijn papier te kort gevouwen, mijn plastificeerdinges gebubbeld.

Een zot kieken, dat ben ik. Amen.