Op de valreep…

sprak Henri daarnet het mooiste citaat van het jaar uit:

“Helden blijven altijd aan een takje hangen.”

Voor de context zal u moeten wachten tot volgend jaar, wij moeten dringend naar een feestje!

Geniet van de feestdagen, lieve lezers, bedankt voor uw luisterend oor, uw lezend oog en uw heldere geest het voorbije jaar, en tot in 2010!

Daaag!

70%

Voor de verandering hebben de Kleine Beestjes onze dag bepaald. Niet dat dat altijd slecht is, als ge uw plannen niet ten uitvoer kunt brengen, zeker in mijn geval. Na de eerste ontgoocheling kan dat bevrijdend werken. We gingen vandaag dus niet naar Ketnet Freeezzz, zoals gepland. Of naar de cinema, ons eerst bedachte alternatief, wat ook niet echt mogeijk bleek.

En dus maakten Henri en ik vandaag truffels, lekkere donkere met het cacao percentage uit de titel. Henri kan niet goed bollekes rollen, en liet het vuile werk aan mij over. En zo staat er een schaal vol truffels in de frigo, met cocos, amandelschilfers, cacao en poedersuiker omhuld. Ze zien er prachtig uit, al zeg ik het zelf. En ze zijn lekker, want we hebben natuurlijk eens geproefd.

We nemen een deel morgen mee naar de vriendjes, waar we oudejaar vieren. Ze zullen smaken na een heerlijk maal én b. zijn dessert, dat hij morgen nog moet maken. Het andere deel nemen we mee op het feestje bij mijn ouders, op de Eerste Dag van het Nieuwe Jaar.

En straks maakt b. mijn allerfavorietste gerecht, witloof-hesp-kaassaus. Mjamie.

En wat zijn uw plannen voor oud en nieuw?

Alleluja!

Als ge denkt aan een weekje verlof in de kerstvakantie, dan lijkt dat altijd een eeuwigheid, maar kijk, we zijn alweer bijna halverwege. Natuurlijk waren er ook dit jaar hele kleine beestjes die het begin van de vakantie vergalden, ze zijn ten andere nog steeds goed bezig, want ik voel mij vandaag weer slechter, meer hoesten en oorpijn en gesnotter en een koortsig gevoel. Ik ben dan ook slim geweest en ben, in tegenstelling tot het plan en mijn wens, niet meegegaan met Henri en zijn vrienden en mijn vrienden naar de VRT (verjaardagsfeestje van l.). Spijtig vooral voor mij dan, want het leek mij niet gezellig om (a) een rondleiding te moeten verstoren omwille van onhoudbare hoest, (b) een rondleiding te moeten onderbreken omwille van geen-adem-meer van één van de deelnemers of (c) iedereen ziek te maken.
Bovendien hebben we nog grootse plannen de komende dagen en -al zal ik niet in topvorm zijn- ik. wil. er. bij. zijn.

Hoe komt het toch dat ik na al die jaren zo ongelooflijk onrealistisch blijf en wilde plannen blijf maken als duurden die dagen drie keer zo lang? Ik wil zoveel dingen nog doen met Henri, die ons in zijn flinkheid en welgevoeglijkheid (wat een prachtig woord) en redelijkheid versteld blijft doen staan, naar Ketnet-Freezzz, naar de film; ik wil nog naar drie tentoonstellingen, ik wil al mijn paperassen voor Onze Tweede Grote Overtocht in orde (ben er bijna), en en en. En denk maar niet dat ik nog niets gedaan heb: ik heb opgeruimd, gewerkt (ja, ik weet het), allerhande papieren in orde gemaakt, cadeautjes gekocht, Henri begeleid naar het schaatsen (zelf lukte niet natuurlijk), vogeleten gekocht voor in de tuin (die arme vogels, ik ben er veel later mee dan anders, wat zullen ze wel denken, en het heeft al gesneeuwd!), en vooral heel veel tijd gespendeerd met mijn twee mannen (welk een deugd kan dat toch doen)…

Wereldburger

Henri kan zo enorm genieten van cocoonen. Thuis blijven, nergens naartoe hoeven, gans de dag in zijn pyama rondhangen. Af en toe laten we dat eens toe, en gezien ik de voorbije week ook niet veel meer deed dan slapen en wat werken in mijn bed, wou hij natuurlijk hetzelfde doen. Er was zelfs een dag dat hij hem niet eens waste, de woensdag met name. Donderdag douchte hij zich net na mij. “Amai”, riep hij uit, “ik was echt wel vuil, al die korreltjes op de bodem van het bad! Tenzij, natuurlijk”, en hij keek wat beschuldigend in mijn richting: “hebt gij soms bodyscrub gebruikt?” Ik moest natuurlijk schuld bekennen.

Even later, ik was een poging aan het doen wat kruldinges in mijn friethaar te krijgen om er met mijn zieke leden toch ietwat toonbaar uit te zien op kerstavond, zei hij: “Maar mama, waarom al die moeite, ge zijt zo toch al mooi genoeg?”

Mijn zoon, dat is een Man van de Wereld, zeg ik u.

Herinneringen

Het geheugen, het is een raar beestje. Daarnet ging ik onze slaapkamer binnen om mijn portable te nemen, die gans de nacht had liggen opladen -om me er dan draadloos mee in mijn bed te vleien -als je ziek thuis zit terwijl je eigenlijk moet werken stapelt het werk zich op, en dan voel ik mij gezegend met draadloos internet. Maar dit terzijde. Ik ging dus mijn computer halen, trok de stekker uit het stopcontact en floep, een volledig nutteloze herinnering vloog ongevraagd mijn brein binnen. Exact een jaar geleden, het was kersttijd en ik was van wacht én ziek en we hadden net een nieuwe wacht-telefoon gekocht want mijn vorige was geheel onbetrouwbaar en onhoorbaar geworden, en die lag op te laden, en de oplader heb ik dan waarschijnlijk net zo uit het stopcontact getrokken als vanmorgen mij computer, aan de voorochtend van kerstavond, of hoe zegt ge dat. Een nogal prozaïsche versie van La Petite Madeleine ten huize tbh.

Het geheugen heeft mij altijd gefascinbeerd. Ik wil ook heel graag naar de tentoonstelling Uit het geheugen in het Guislain Museum. Prachtige affiche, trouwens, wil ik wel hebben (tip! tip!).

Mag ik van de gelegenheid ook gebruik maken om mijn diepste wens uit te drukken dat het geheugen van de genaamde Linda D.W. haar keihard in de steek laat, en wel zo snel mogelijk, het mag zelfs tijdelijk zijn, maandag (of whenever ze het hebben opgenomen en de eerste dag dat ze meedoet met de finale). Wat een irritant mens, die niet tegen haar verlies kan, die allerlei foefkes uitvindt als ze iets niet weet en mateloos irritant lacht als ze weer iets wél weet. Dat ze die immer sympathieke Els Pynoo naar huis heeft gespeeld, vergeef ik haar nooit. En Wim Helsen!

Bah, bacillen.

Mijn neus zit dicht, uit mijn keel komen geluiden waar menig brombeer jaloers van zou zijn, en mijn hoest lijkt van heel diep te komen. Hoewel het buiten om te bevriezen is, gloeien mijn wangen. En als toemaatje staat mijn smikkel vol zweertjes.

Mijn lijf en de feestdagen, het is wat.

Witte Zondag

Ik versta mensen toch niet die zagen als het sneeuwt. Is er iets mooiers dan die witte laag op alle dingen? Dan die witte hemel en die vlokken die overal vliegen? Alsof ge in een sneeuwbol zit. Dan al die kinderpret, een sneeuwman maken, sneeuwballengevecht, op de slee van de Blaarmeersen-heuvel (ik mag dat van Henri geen berg noemen) naar beneden sjezen?

Ik versta wel dat sneeuw soms ongelegen komt, maar in deze tijden dat de mens alles kan bedwingen en regelen en naar zijn hand zetten, zou het als een bevrijding moeten beschouwd worden als het weer ons leven overhoop gooit. Ga met de fiets, de trein, te voet, of blijf gewoon thuis. Het is niet alsof dit ons vaak overkomt. Dus stop met zagen en geniet ervan. Kniesoren!

Nee, wat mij betreft is het enige probleem met sneeuw dat die vieze auto’s erover rijden en van dat prachtige tapijt een degoutante smurrie maken.

Weet ge dat op tram eenentwintig zelfs een gesmolten-sneeuw-plas lag in de vorm van een poedel? Pure poëzie, die sneeuw, ik zeg het u. Een poedel!

Vandaag

… kreeg Henri van een onbekende bijzonder vriendelijke oudere dame in de Neuhaus winkel een lekkere reep fondant chocolade met praliné-vulling.

… kocht ik voor bijna iedereen een vree schoon kerstcadeau.

… zag ik in onze straat een man die weggelopen leek uit een brits jachttafereel, met kniekousen en kniebroek mét een flochke én een jachthond, aanbellen aan een huis. Het deed me denken aan de Andere Wereld uit de nieuwe roman van Elia Barceló (Stemmen uit het Verleden).

Uitvinding

Muziek. Muziek. Muziek. Heelder dagen weerklinkt het in allerlei vormen door ons huis. En ik geniet daar echt van.

“Wat een prachtige uitvinding is dat toch, muziek.”, zeg ik opgewekt tegen de zoon op een mooie ochtend.
“Bijna even groot als het vuur.”, voeg ik er wat overmoedig aan toe.

Er volgt een klein lachje. “Nu niet overdrijven hé mama.”, zet hij me weer netjes met beide voeten op de grond.