Mannekes, morgen ben ik weer de pijp uit, richting Orlando, de meest oninteressante plek ter wereld, behalve dan de komende week voor mensen die geïnteresseerd zijn in stamceltransplantatie. Voor hen wordt Orlando even de place to be. Het mooie weer is ook een pluspunt, wat zon zou me goed doen, ware het niet dat net de komende dagen de temperatuur er omlaag gaat waarvoor ik zopas toch wat extra warme spullen in mijn valies heb gepropt.
Maandelijks archief: februari 2010
Een bos met bomen.
Vandaag was de Generale Repetitie in het NTG. Voor de voorstelling Het Zwarte Bomenbos. Door de leerlingen van de instrumentlessen, het orkest en de musicalafdeling van de muziekschool. Henri speelt mee met het orkest en doet met zijn samenspelgroep ook nog een optreden op het podium. Hij doet er geheimzinnig over, laat niet veel los. Alleen de liedjes horen we hem spelen, natuurlijk. En hij is in het geheel niet zenuwachtig. Hij kijkt er vooral enorm naar uit.
Henri’s fanclub bestaat -voor zover ik weet- uit 9 personen. Ik zal morgen zeker weer een paar centimeters groter zijn. Moet ik die broeken weer laten uitleggen.
Schoon ook om te zien welk een schone vriendschappen ontstaan uit de muziek. Echt schoon.
Triest
Het is vandaag een trieste dag. Ik ga er niet veel over vertellen, want het is niet mijn verdriet, al zijn we hier ook allemaal enorm geslagen en triest en weten we niet goed wat gezegd. Mensen die ons nauw aan het hart liggen hebben zo lang gevochten, zijn zo ongelooflijk sterk geweest, hebben zoveel liefde en zorg en warmte gegeven, en moeten nu afscheid nemen van dat kleine wezentje dat meer dan twee jaar hun leven bepaalde. Zo ongelooflijk erg.
Watte?
Raclette? Van Babybel? Bah, zeg. Hoe komen ze daar nu bij? Zouden ze daar over vergaderd hebben, en zou er dan iemand gezegd hebben “Hé, ik heb een goed idee, we maken van die harde plastieken schijfjes voor in de microgolfoven waarin mensen een bolleke babybel kunnen leggen en laten smelten!”, en zouden de anderen dan uitgeroepen hebben: “Wat een fantastisch idee!”
Het doet mij touwens denken aan een schitterende belevenis, lang geleden, in Vail. Iets met raclette en Le Grand Magicien. Maar ik ben te moe om het te vertellen.
Ooit gemist
Had mijn leven maar die optie. Ik mis zoveel tegenwoordig.
Zoals b. zegt, misten we zaterdag het feestje van gentblogt. Door mij, mijn wacht, mijn vermoeidheid, mijn ik-moet-opletten-of-ik-ga-crashen. Verdikke.
Ik mis mijn traditionele weekje krokusvakantie-met-de-zoon. Omdat ik veel te veel werk heb en mij een ganse week afwezigheid niet kan permitteren. Gelukkig heb ik een troostprijs van 2 dagen, hoewel er ook veel zal moeten gewerkt worden.
Ik mis tentoonstellingen, belevenissen, afspraakjes, etentjes. Ik mis tijd en tijd maken. Ik mis onbezorgd zijn.
De wonderbaarlijke vertragingen van een poli
Ah. Ik las bij San dit. Ik wou een comment schrijven, maar toen dacht ik, ik maak er zelf een postje van. Want dit is iets waar ik continu mee worstel.
Ik dacht vroeger net hetzelfde als San. “Leren die dokters dan niet hun agenda beter te plannen?” Ik zou dat wel beter doen! Bij mij zou alles vlot lopen. Ah ja, want ik werk gefocust en goed door.
Maar kijk, nu ik zelf poli doe, loop ik ook vaak een uur uit tegen het einde van de namiddag. Bij mijn collega’s is het net zo. Hoe komt dat toch? En waarom kunnen we dat niet inplannen?
Ten eerste: wij plannen onze poli zelf niet. De secretaresse en de verpleegster boeken die. Als iemand belt voor een dringende afspraak (en dat gebeurt vaak), dan wordt die ertussen geschoven. We zijn hier niet in Nederland hé. En in onze branche zijn dringende afspraken dringende afspraken. Wij behandelen nu eenmaal geen vallingskes.
Ten tweede. Ik neem graag de tijd voor de mensen. Dat is ook nodig, en wordt ook geapprecieerd. Op voorhand weet je niet hoeveel tijd een patiënt zal vragen: is het een gewone controle, zijn er geen problemen, zijn de resultaten goed, dan blijf je mooi binnen je kwartier. Maar als het resultaat van de herevaluatie-onderzoeken niet goed was, dan duurt het uiteraard veeeeeel langer: je moet de patiënt psychisch opvangen en ondersteunen, verschillende opties bespreken, dingen regelen. Of als mensen veel klachten hebben, waarvoor je extra onderzoeken moet doen, soms zelf, puncties ed, vragen ook veel tijd, en zijn vaak niet te voorzien.
Ten derde. Vergeet niet dat wij niet alleen poli doen. Intussen worden we continu opgebeld door patiënten, verpleegkundigen die vragen stellen over opgenomen patiënten, waarvoor we soms eens over en weer moeten lopen naar de afdeling, collega’s die om advies vragen. En de minuten tikken snel voorbij hoor.
Hoe zouden we dit kunnen oplossen?
Meer tijd nemen voor een consultatie, patiënten zetten om de 20 minuten, of nog langer? Dan zitten we onmiddellijk volgeboekt tot eind 2010, en dat is ook geen oplossing.
Of de patiënten onderbreken, niet laten uitpraten, met de deurklink al in je hand de laatste vraag stellen of het laatste antwoord geven? Een collega van me uit een ander ziekenhuis kreeg ooit eens de raad van een oudere collega om nooit te gaan zitten in de consultatieruimte, “dan voelen ze zich te veel op hun gemak en gaan ze meer vragen stellen.” Sorry, maar dat zou mij nooit lukken, zo ben ik niet.
Je kunt niet voorspellen hoe een poli loopt, maar het is zelden rustig en altijd een strijd tegen de klok. Niet goed voor ons hart, ook.
Volgens mij ligt de truuk erin mensen die moeten wachten gewoon op de hoogte te houden van vertraging, dat ze weten dat ze niet moeten denken dat ze vergeten zijn, en ik bied ook altijd mijn excuses aan als iemand lang heeft moeten wachten. Bijna altijd hebben patiënten hier alle begriup voor, zeker als ze zien dat je voor hen ook tijd maakt. Net als voor alle voorgaande patiënten.
Maar voor de rest sta ik volledig open voor suggesties en goede raad. Met veel plezier trouwens, want het is en blijft frustrerend en stressy om de minuten te zien voorbij tikken.
Niet eens een droom
Toen ik vanmorgen buiten kwam, was de lucht van een Delvaux blauw. De lampen schenen een Delvaux licht op de witte grond. Onze straat maakte een magisch-realistische bocht.
Ik moest me bedwingen om die bocht niet te nemen tot aan het station. Om te kijken of ik daar niet in een schilderij kon stappen.
Puber. Schattig. Diplomaat.
Hij loopt zijn puberig hangloopje.
“Henri’tje?”, vraag ik wat zagerig.
“Ja-a-a-a”, antwoordt hij wat verveeld.
“Gaat gij zo een puber worden die zo van die gemene dingen zegt? Dat ge ons haat en zo?”
“Nee-ee-ee.” zegt hij beslist. En na een korte pauze: “en als ik het ooit zou zeggen, dan meen ik het niet.” En hij slaat troostend zijn arm rond mij.
P***o
“En?” vraag ik aan Henri, “Wat vonden uw vrienden van het orkest van uw nieuw bril?”
“Mooi”, antwoordt hij, “ze zeiden dat ik nu gelukkig geen pornobril meer had.”
“Euh, pardon?”
“Ah, ja, pornobril, van Zonde van de Zendtijd, met die sms he.”
“Weet ge eigenlijk wat dat is, een pornobril? En porno?”
“Euh, neen, eigenlijk niet, en ik heb zo een vermoeden dat ik het niet wil weten ook.”
Tramverhaaltjes
Ook al liet de tram ons grandioos in de steek vanmorgen, waardoor we tien minuten te laat kwamen op de trompetles (zo erg), zij bezorgde ons alweer mooie momenten, ter compensatie.
Weet ge nog, die fantastische lol van Philippe Goebels in Het Besluit-2009, van die mevrouw in de tram die hem vertelde dat hij er de volgende halte af moest om naar de Delhaize te gaan?
Ewel, in de tram, daar is altijd iets te beleven. Ik hou ervan om naar de mensen te kijken en te luisteren. Er zijn vaak pareltjes te rapen in de tramlucht. De buit van vandaag was schoon en ook een beetje raar.
Vanmorgen, en bejaarde dame tegen haar even bejaarde ovenbuur:
“De winter da’s nieks voor mij, hé. Ge kunt mee moeite buiten kommen, azuu kauwe. Moar ‘k ben al blije da de veugels alweere schuiffelen ‘s morgens!”
En deze namiddag net voor het afstappen. Een zeer zeer luidruchtige meneer met zijn gsm. Even ervoor heeft hij geroepen in zijn gsm naar iemand dat hij gewoon maar eens belde om te horen of er nog genoeg geld op zijn kaart stond om te bellen. Een minuut later belt hij iemand anders. “Zeg, ‘t is hier x. he. Ik heb noar e. gebeld, en ken em mijn excuese aangeboden, en hij heeft ze aanvaard. Moar ‘k weet nie hé, e. is nen rancuneuze mens hé.”