Tag: De Grote Vragen des Levens

Water zijn

“Ik zou toch niet graag water zijn”, zegt mijn zoon vanavond aan het eten, terwijl hij in zijn glas water staart als was het de oceaan.

“Dan kan je niet spreken. Of denken. Je kan alleen maar ronddwarrelen. Opdrogen.. Of verdampen. Of naar beneden vallen in een waterval.”

“Wat ik me trouwens altijd afvraag bij een waterval”, voegt hij er fronsend aan toe, “is waar dat water toch vandaan blijft komen.”

Wel, liefste lezer, dat heb ik me ook al afgevraagd. Lijkt misschien een stomme vraag, maar zo een waterval -althans degene die we hier te zien krijgen- dat is echt een gigantische massa water die naar beneden dondert he. Wat houdt dat water in ’s hemelsnaam gaande?

Weet u het, bij toeval?

Met al dat medisch snoepgoed hier lijkt het alsof het venteke hier veel minder grappige, wonderlijke en scherpe uitlatingen doet. Ik kan u verzekeren, niets is minder waar. Ik ben alleen niet zo helder genoeg om het allemaal te onthouden en het met u te kunnen sharen.

2 Comments May 24, 2008

Medical Candy

Lang geleden had ik een projectje in mind, met als sappige naam science candy. Ik ging proberen af en toe een complex wetenschappelijk onderwerp in mensentaal uit te leggen. Ik heb 1 postje gepubliceerd en eentje staat nog te wachten in mijn draft box. Een succes is het dus niet direct geworden, maar het blijft me nauw aan het hart liggen. Niets mooiers dan iemand iets kunnen uitleggen, en dan dat nadenkend gezicht zien opklaren, de denkrimpels zien afvlakken en dan, wat lager, een brede lach te zien verschijnen.

Gisteren schreef Huug in de comments op mijn post over mijn ‘vrijwillige’ medewerking aan de benmergoogst van vandaag:
“Bij ons een zeldzaamheid geworden”
Hoe komt dat? Zijn er andere, “betere” technieken? En waarom doen ze dat in de States dan wel nog?

Haha, zo een mooie voorzet, die moet ik gewoon aannemen, en hopen op een doelpunt… Geen science candy dit, maar een hopelijk savoury piece of medical candy

Om iemand te transplanteren met hematopoietische (= bloedvormende) stamcellen (de oercellen, moedercellen die zich vooral in het beenmerg bevinden en aanleiding geven tot de vorming van witte bloedcellen, rode bloedcellen en bloedplaatjes) -de term stamceltransplantatie doet waarschijnlijk wel een belletje rinkelen- kan je gebruik maken van de eigen stamcellen van de patient of van de stamcellen van iemand anders. Bij het eerste, autologe stamceltransplantatie, is de transplantatie op zich niet de behandeling, maar de chemotherapie die je ervoor geeft is zo zwaar en beschadigt het beenmerg zo erg dat je de eigen stamcellen nodig hebt om er achteraf van te kunnen recupereren. De stamcellen worden geoogst op een moment dat de patient in remissie is (dat wil zeggen, dat er geen meetbare ziekte meer aanwezig is), de cellen worden ingevroren, en worden dan teruggegeven nadat die zware chemo is gegeven. Bij de tweede vorm, de allogene stamceltransplantatie, waarbij stamcellen van een donor worden toegediend, is niet alleen de zeer zware voorbehandeling (ook conditionering genoemd) belangrijk, maar de transplantatie op zich is een levenslange behandeling (dat is althans de bedoeling), omdat de immuuncellen van de donor de kwaadaardige cellen (niet alle indicaties voor stamceltransplantatie zijn kwaadaardige aandoeningen, maar toch de meerderheid) van de patient (die nog zouden overblijven na de zware voorbehandeling), herkennen en doden. Helaas kunnen ook gezonde cellen en weefsels door deze immuuncellen als vreemd worden herkend en worden aangevallen, en dit verschijnsel -graft-versus-host ziekte genoemd- kan aanleiding geven tot belangrijke afwijkingen ter hoogte van huid, lever en maag-darm stelsel, met als gevolg mogelijk een belangrijke invloed op de kwaliteit van leven en in sommige uitgesproken gevallen zelfs met de dood tot gevolg.

Maar nu ter zake. Die stamcellen kan je halen uit verschillende bronnen: navelstrengbloed, beenmerg en gemobiliseerd perifeer bloed. Laten we het nu niet hebben over het navelstrengbloed, op vraag kan ik daar ook eens een boompje over opzetten, maar ik mag niet teveel uitweiden hier of jullie haken af. En dat zou zonde zijn ;-)).
Vroeger kende men enkel beenmerg als bron voor stamcellen. Patienten of gezonde donoren (familiale donoren of vrijwillige niet-gerelateerde donoren) worden onder volledige verdoving gebracht en met lange naalden (botboren – maar niet op elektriek of zo he, helemaal handwerk) wordt het beenmrg opgezogen uit de crista, het heupbeen, waar het bot dik is en veel beenmerg bevat. In totaal wordt 1 tot 2 liter beenmerg geoogst, en de procedure duurt ongeveer 1 uur per liter beenmerg (vanmorgen hebben we bij de jongeman 1.8 liter geoogst, op iets minder dan 2 uur tijd). Je doet de procedure met twee, elk langs een kant, en ik kan u verzekeren, het is zware corvee, bot is niet gemakkelijk te doorboren, zeker niet dat van een kloeke jonge gast.

Bijna 20 jaar geleden kwamen de eerste publicaties over een nieuwe techniek om stemcellen te oogsten: als men de donor een groeifactor toediende, G-CSF genaamd (vergelijk het met wat epo is voor de rode bloedcellen, is dit iets gelijkaardigs voor witte bloedcellen en stamcellen), zag men dat enerzijds de stamcellen gingen prolifereren en anderzijds zag men dat de stamcellen, die anders nogal verborgen zitten in het beenmerg, het beenmerg verlieten en naar de bloedbaan gingen. Op die manier kon men de stamcellen oogsten door een ‘eenvoudige’ bloedafname: door middel van een soort dialyse-systeem waarlangs het bloed van de donor (of de patient) circuleert, worden de witte bloedcellen, aangerijkt voor stamcellen tegengehouden, terwijl de rest van het bloed weer wordt teruggegeven. De patient hoeft niet onder narcose, heeft geen 5 dagen last van een pijnlijke achtersteven (enkel botpijn door de stimulatie van het beenmerg die heel goed te behandelen is met paracetamol).

In vergelijking met de omslachtige beenmergprocedure (weinig mensen staan te springen voor een narcose) leek de gemobiliseerd perifeer bloed procedure (aferese genaamd) de hemel! Bovendien zag men dat deze stamcellen ook sneller ‘aansloegen’, wat betekent dat de getransplanteerde patienten sneller herstelden uit hun pancytopenie (zeer laag aantal van alle bloedcellen) – iets wat we natuurlijk zo kort mogelijk willen houden want dit betekent: zeer laag aantal witte bloedcellen (onmeetbaar laag, risico voor zware en gevaarlijke infecties), zeer laag aantal plaatjes (risico op bloedingen, frequente transfusie van plaatjes) en transfusienood voor bloed. Alleen maar voordelen, zo leek het, en dus schakelden de meeste centra over op het gemobiliseerd perifeer bloed als stamcelbron, en had de beenmergoogst ‘afgedaan’. Ook de donoren wisten wel wat kiezen… Beenmergoogst bleef bestaan maar werd voorbehouden voor bepaalde indicaties waarbij beenmrg een voordeel kan hebben over gemobiliseerd perifeer bloed (laat ik hier niet in detail treden), of voor donoren die om een of andere reden hier toch de voorkeur aan gaven, of niet konden gemobiliseerd worden.

Maar… wat bleek, transplantaties met genobiliseerd perifeer bloed bleken vaker aanleiding te geven tot graft-versus-host ziekte, in vergelijking met deze waar beenmerg als bron werd gebruikt. Zoals altijd heeft alles zijn voor- en nadelen… Jaren al vraagt men zich af welke bron nu eigenlijk de beste is, De donor heeft natuurlijk altijd de keuze, maar we weten het antwoord niet op de vraag welke bron nu de beste is. Nu loopt hier in Seattle een grote gerandomiseerde klinische studie die beide bronnen met elkaar vergelijkt (de eerste – en zeer belangrijke studie hierover!!- de wereld zit te wachten op deze resultaten). Er zijn ook bepaalde protocols hier die met beenmerg als bron werken. Vandaar dus dat het bij ons niet vaak meer gebeurt en hier dus wel. En wie weet, als de studie uitwijst dat beenmerg toch de betere keuze is, dan zal het ook bij ons weer vaker gebeuren…

Is dat een antwoord op uw vraag, Lieve Huug?

14 Comments May 21, 2008

kastelen van zand en steen

Wat ik me daarnet afvroeg, toen ik iets vroeger dan gewoonlijk in de avondzon naar huis liep: hebben mensen die in een flatgebouw wonen elke dag een vakantiegevoel?

Dat overvalt me met name altijd als ik een flatgebouw zie, als ik de trappen opklim en de excel files aan bellen en brievenbussen zie, mooie rows en colums naast elkaar. Hoe spannend is dat niet om je sleutel in zo een klein brievenbusje te steken nadat je eerst gegluurd hebt door het gleufje en gezien hebt dat er iets in zit (is er iets leukers dan een brief krijgen, een echte geschreven brief bedoel ik dan, met een mooie postzegel?). De trappen oplopen naar je eigen plekje. Overzichtelijk en gezellig. In de trappenhal van een flatgebouw geurt het altijd naar vakantiezomers. Naar zee. Ook al staat dat flatgebouw in Gent. Of in Seattle. De zee zit in je neus. En plots jeukt je neus, want die is gisteren verbrand in de gloeiende middagzon. Het teken voor het eten kwam, van boven, gezwaai en gefluit, maar eerst moest je nog dat fort afwerken want de zee was in aantocht.

Een van die momenten tijdens zie zalige zomers aan zee (bij moemoe en pepe, samen met neefje t. en nichtje h.) die voor altijd in mijn geheugen staan gegrift is dat moment dat we een briefje uit de kleine brievenbus haalden waarop stond: “we hebben je tasje gevonden, lieve groeten van x., gevolgd door een adres en een telefoonnummer.” Mijn hart maakte een vreugdesprongetje! Een uur later had ik mijn tasje weer in mijn handen en klemde ik het vast alsof het mijn grootste schat was. Wat het op dat moment ook was, eigenlijk. Het was een lederen tasje, mijn eerste echte ’sjacoche’, denk ik. We hadden het gekocht in Mallorca, en aan de zoektocht naar het perfecte tasje voor mij hangt nog een sappig verhaal vast, over afbieden en boze winkeliers en auto’s en knuppels en leugens-die-in-vakantiegidsen-staan, maar dat is voor andere keer. Ik was het tasje verloren in het Melipark (op de gronden waar nu Plopsaland huist, hadden vroeger de honingbijtjes het voor het zeggen), waarschijnlijk laten liggen in 1 of andere attractie, en ik was daar niet goed van. Maar het werd dus gevonden door vriendelijke mensen.

O, en de kraaltjes waarmee je in het toenmalige zon en zee ijsjes kon kopen en taart en koffie. De sfeer die toen in zon en zee hing was zalig. Na een tijdje een asielcentrum te zijn geweest, is het nu weer een vakantiecentrum, hoorde ik onlangs. We moeten er zeker eens een kijkje gaan nemen, deze zomer… En dat ik toen geld meekreeg van mama en papa: enkele briefjes van honderd belgische franken denk ik, waarmee ik mocht doen wat ik wou, ik speurde een ganse week de westendse winkeltjes af naar het mooiste-wat-er-was. Een peervormig speldje herinner ik me nog heel goed. Dat is iets wat ik nog steeds zalig vind, dagen en weken langs een winkel passeren, kijken naar de ’schat’, die spanning van zal-het-er-nog-zijn-als-ik-terugkeer en het dan nog niet kopen, en als je het dan eindelijk in je handen houdt. Mmmm.

Some nice memories. And they all came back while I passed by an appartment building this evening. How peculiar.

4 Comments April 25, 2008

Van oorlogen zonder wapens

Gisteren op de radio tijdens -een veel te laat- avondmaal. Wereldoorlogen spatten uit het bakje.

‘Wat is dat allemaal, Wereldoorlog 1, Wereldoorlog 2, …?’ vraagt Henri wat ongerust.

‘Hopelijk moet ik nooit een Wereldoorlog 3 meemaken. Hopelijk komt er nooit meer oorlog. Geen enkele oorlog.’

Als hij bedenkt dat dat nét iets te ver gegrepen is voor deze wereld (hij is zijn naïviteit nu al kwijt), voegt hij eraan toe: ‘En als er dan toch oorlog komt, dan één zonder wapen. De hersenen, dat mag het enige wapen zijn.’

En, snel erop volgend: ‘maar dan wel hersenen met gezond verstand.’

Leave a Comment March 4, 2008

Haar!

Kijk, daarnet lees ik de post van patricia op gentblogt. Over haar. En kappers. En kijk, ik heb veel goesting om morgen te bellen en een afspraak te maken bij wakko voor zaterdag.

Kappers en ik, het is iets raars. Ik zou het, net als Patricia, fantastisch vinden om een kapper binnen te kunnen stappen en te kunnen zeggen: ‘Doe uw goesting. Verras mij. Maak er iets schoons van. Ik vertrouw op u.’
Die woorden uitspreken is nog zo moeilijk niet. Dat zou misschien nog wel lukken. Maar dan begint het. Angstzweet. Stress. De drang om weg te lopen. En vluchtgedrag, dat heb ik anders nooit, confrontatie aangaan, da’s meer mijn ding.
Die spiegels in een kapperszaak, die zijn ook altijd zo vreselijk onflatterend, of ligt dat aan mij?

Die haat-liefde verhouding is niet nieuw. Als tiener ging ik naar de kapper, en toen ik thuis kwam, begon ik onmiddellijk mijn haar te wassen. Mijn vader begreep er niks van. Mijn moeder wel.

Bovendien heb ik nu een lief dat al moord en brand schreeuwt als ik nog maar het woord kapper uitspreek. Droefenis en getormenteerdheid op zijn gezicht: ‘Maar het is zo mooi nu… Ge gaat er toch niet te veel laten afdoen he.’ Ook niet echt bevorderlijk voor mijn kapperfobie. Ergens heeft hij wel gelijk: mijne carre van een paar jaar geleden stond mij niet echt. Maar intussen heb ik dus al jaaaaren gewoon, saai, lang haar. Bovendien heb ik ook nog ongelooflijk fijn haar waar niet veel mee aan te vangen is. Fluthaar, zeg maar. Of ook: triepkeshaar. En, ik geef toe, het gemak van een staartje, een vlechtje, een speld erin en hup- het is een gerief.

Maar ik ben het zoooooooo beu.

Maar ik ben ook zoooooooo een angsthaas. ‘Een froefroeke is in hoor’, zei de kapper laatst, zo’n maand of zes geleden. ‘Mmmm, zei ik, misschien de volgende keer…’ Het resultaat: niemand die zag dat ik naar de kapper was geweest. Maar b. vond het natuurlijk wel heeeeeel mooi.

Zaterdag, de wakko? Misschien wel… Maar ik vrees dat we xanax gaan nodig hebben. Mijn lief en ik.

5 Comments December 19, 2007

Open vrouwenmonden vol tanden

Rare dingen maakt een mens soms mee. Op het congres werden wij (vier jonge -hmhm- vrouwelijke specialisten) aangesproken door een even vrouwelijke, ietwat oudere (niet veel, een jaar of vijf, schat ik) oudere specialiste (niet dezelfde specialiteit trouwens).

‘Zoveel jonge vrouwen hier! Dat moet toch niet simpel zijn om dat te regelen voor een vrouw, zo op congres gaan.’

Onze monden vielen open. Dat zo’n woorden zelfs uit vrouwenmonden komen.

5 Comments November 14, 2007

Kindertijd

We lezen over weemoed. Henri vraagt wat dat is, weemoed. Ik probeer het hem uit te leggen. Met weemoed terugkijken op iets betekent blij zijn om wat je hebt mee- en doorgemaakt, maar toch ook spijt en misschien zelfs een beetje verdriet om wat voorbij is.

Hij knikt begrijpend.

‘Ja, ik ken dat gevoel. Ik ben ook triestig omdat mijn kinderschap bijna voorbij is.’, zegt hij met -zowaar- weemoed in zijn stem.
‘ Ja, ik ben toch niet zo lang meer kind. Straks ben ik jeugd!. Vanaf wanneer ben je eigenlijk tiener? Wnt ik hoop dat die tijd snel voorbij is. Dat lijkt mij niet zo leuk, tiener zijn.’

Waarom de tienerjaren hem niet zo veel zeggen, daarover wou hij niets kwijt. ‘Lees maar verder, mama. Laat het er ons gewoon op houden dat ik tiener zijn niet zo leuk vind, OK?’

1 Comment October 31, 2007

Wilde verhalen!

‘We hebben ongelooflijk veel verrassingen gekregen!’, vertelt Henri enthouisast honderduit.
‘Vier snoepjes! De Ourthe! Een zaklampenzoektocht in het bos! En we hebben het Kappelleke Van De Goede Vrouw gezien.’

‘Wat is dat voor iets?’, vraag ik verwonderd.

‘Ja, dat is het Kappelleke Van De Goede Vrouw hé.’

Zo simpel kan het leven zijn.

Leave a Comment October 13, 2007

Dangereus, dangereus…

‘t Is gevaarlijk, wat ik ga zeggen, maar ik doe het toch. Zo ben ik nu eenmaal. Risico’s nemen. Hm. Hm.

Ik hoor het zo vaak, de laatste jaren. De nieuwe generatie is anders. Het is natuurlijk iets van alle tijden, De Generatiekloof. Ik ben er nooit voor geweest. Een mens is ok of niet, en daar heeft zijn of haar leeftijd niets mee te maken.

Maar toch, ik merk een verschil. In de studenten die wij waren, de studenten waar ik bijna tien jaar geleden les aan gaf en de studenten waar ik nu les aan geef. Ik spreek over de grote lijnen, ik heb elk jaar studenten meegemaakt die er boven uit sprongen, fantastisch goed bezig waren en zijn. Of studenten die in het begin niet uit hun schulp kwamen, maar je na een paar keer versteld deden staan. Degene waarvoor je het doet. Waardoor je weer een tijdje verder kan.

Maar de grote lijnen dus. Minder eergevoel, minder de drang voelen het goed te willen doen. Minder beleefd. Sneller opgeven. Vooral de rechten willen kennen en niet de plichten. Minder inzet. Minder loyauteit.
De reden: te verwend? te bepamperd? teveel alles in de schoot geworpen gekregen? de wereld te snel al aan hun voeten?

Of heb ik het mis?

4 Comments September 14, 2007

Show

‘Kijk jij ook al zo uit naar onze verjaardag, Henri’tje?’, vroeg ik hem toen we van het stad richting Bijloke kuierden. (Ik kreeg Henri als verjaardagscadeau, volgende maand acht jaar geleden.)

‘Ja, heel erg’, was het antwoord.

‘Vind je het eigenlijk leuk dat we op dezelfde dag verjaren?’, vroeg ik hem. (Ik had het eigenlijk liever anders gewild, niet voor mij (hoewel mijn verjaardag sedertdien een beetje een ‘oh, ja, ‘t is waar, gij verjaart ook’-fenomeen is geworden, maar dat vind ik uiteraard niet erg), maar voor hem. Er zal een tijd komen dat hij het verfoeit dat zijn moeder op *zijn* dag ook nog eens jarig is, denk ik zo. Maar de enige manier om dat te voorkomen, zo zei de gynaecolge toen, is om het voordien in te leiden, maar dat zag ik uiteraard niet zitten. Laat de natuur maar zijn gang gaan, zei ik. En zo geschiedde…)

‘Nee, ik vind dat eigenlijk juist leuk’, zei hij, ‘tenzij je mijn show wil stelen.’

‘Heb ik dat ooit al gedaan?’ vroeg ik verontwaardigd.

‘Neen, maar wat niet is, kan altijd nog komen’, klonk het op een ettertoontje. ‘Laat ons afspreken dat we altijd elk 50% van de show krijgen.’

‘Goh, ja, dan ga ik er op vooruit.’, zei ik.

Hij keek me wat schaapachtig en hoofdschuddend aan, en huppelde vrolijk fluitend verder.

En dan was er nog een prachtige toneelvoorstelling vandaag (waarover later meer), en indrukwekkende sportdemonstraties onder een stralende zon op de Kouter. En lekkere hapjes (waaronder een langverwachte fruitaspic bij Wickerhoff). Mjamie. En vanavond misschien eens efkes ontsnappen naar De Bijloke voor Sioen op de nieuwe Steinway. Maar dan moet ik eerst nog een goede ziel vinden die én een uurtje of twee bij ons thuis wil blijven zo ’s avonds laat én op dat moment niet liever zelf naar Sioen wil. Mmmm. Lijkt mij een moeilijke klus.

En morgen, fietsen van het ene monument naar het andere!

Leave a Comment September 8, 2007

Previous page


Recente reacties

Recente berichten

Meer