Tag: miljaar
ofte nen ordinaire tenniselleboog.
Helaas zonder voorafgaand tennissen of golf of enige andere fancy chichique sport.
Neen, yours truly krijgt blijkbaar een tenniselleboog van de Gentse Feesten af te dweilen met boeken en water en appels en koeken en zonnekreem en zonnebrillen enzo in een grote sjakosj aan haar linker arm.
Het is al ver gevorderd, aldus de sympathieke collega, en dus wordt het kine en een brace en oefeningen voor thuis en als het niet betert inspuitingen. Miljaar zeg ik dan. Vooral omdat dit betekent dat ik moet rusten met die arm (en dus *niet* schilderen, deuren openen, kasten openen, draaien, boren (bot), zware dinges dragen. Gelukkig is het de linkse (en ik ben in mijn handelingen uiterst rechtshandig), maar toch.
August 12, 2008
Daarnet bij het naar huis fietsen, zag ik een reclamebord waarop een broodje prijkt, ze hebben het broodje american van carpaccio gedoopt.
Americain van carpaccio.
Unk?
Kijk, als ge americain maakt zoals het hoort dan snijdt ge / hakt ge een goed mals mager stuk rundsvlees in kleine stukjes, en dan doet ge daar wat kruiden bij, wat fijngesneden ajuin en als ge wilt het geel van een ei. Americain van carpaccio, dat is dus datzelfde stuk vlees eerst in fijne flinterdunnen sneedjes snijden om het dan in kleine stukjes te hakken. Ten eerste, lijkt mij dat weinig praktisch. Ten tweede, lijkt mij dat ook niet zo aangenaam in de mond. Ten derde, waar haalt ge het vandaan???
Hoe komt iemand op die naam? Denkt ge dat dat beter gaat verkopen dan een broodje gewone americain? Of, nog beter, een broodje carpaccio?
Waarom moet het altijd zo ongewoon, tegenwoordig? Cappucino van pompoen? Cappucino, dat is koffie met melkschuim, meneer. Zalf van aubergine? Zalf, dat smeert ge op uw huid, mevrouw. Praline van gerookte zalm? Pralines, dames en heren, dat savoureert ge met een tas koffie of thee en dat hoort van chocolade te zijn, chocolade, geen zalm, laat staan gerookte.
Zoals ik al zei, doe toch eens gewoon.
August 6, 2008
De voorbije nacht bijna geen oog dicht gedaan. Om half elf lag ik in bed (zoals u weet moet ik er hier voor dag en dauw uit) -na onze terugkeer uit het fantastische olympic sculpture parc (prachtige foto’s hier te bezien) voelde ik me wat slappekes en voelde ik heel warm aan. Ik schreef het toe aan de vermoeiende dag… Ik kon de slaap maar moeilijk vatten, maar moet uiteindelijk dan toch in slaap zijn gesukkeld. Rond twee uur schoot ik wakker door een metallisch klik-klik geluid, gevolgd door een zoem (een alarm?). Een venijnige toon die me met een ongezonde snelheid uit mijn kwakkelslaap haalde. Vanaf toen ging het helemaal mis. Ik kon geen positie vinden zonder dat er wel iets pijn deed, mijn nek, mijn rug, Hoe komt het toch, dat de nacht veel donkerdere gedachten brengt, waarvan je je de volgende ochtend afvraagt waar ze in ‘s hemelsnaam vandaan kwamen. Nochtans ben je dan echt wel wakker en bewust en is het echt geen boze droom. Ik piekerde over vanalles en nog wat en lag zeker drie uur wakker. Rond vijf uur moet ik dan toch weer ins laap zijn gevallen, typisch natuurlijk, want drie kwartier later ging de wekker net in mijn REM slaap. Waarover ik droomde ben ik vergeten, want ik heb gewoon vliegensvlug het alarm afgedrukt en heb mij weer in mijn slaap gehuld. Die ik zo snel mogelijk weer wou zien verschijnen om die pijn uit mijn lijf te halen.
Zodus gebeurde er vandaag niet veel. Ik ‘sliep’ tot 8 uur, en toen ik de trap naar boven strompelde, stonden Henri en b. al frisgewassen klaar om aan deze zonnige dag te beginnen. Mijn lijf voelde alsof het net onder een pletwals had gezeten, ik was misselijk en voelde me heel erg zwak. Mijn eerste baaldag hier. Ik ben nochtans totnogtoe heel trots op mezelf geweest, gezondheidsgewijs dan. De cocktail die ik mezelf elke ochtend en avond toedien blijkt zijn nu te hebben, want snotteren, dat heb ik hier nog bijna niet gedaan, en niezen misschien al twee keer – op vier weken tijd he!! Ik ben eens gaan slapen en weer opgestaan mer een zere keel (de vooravond en ochtend van mijn labmeeting, trouwens), maar die is stilletjes weggeebd en nooit meer weergekeerd. Wonderbaarlijk.
De rust heeft mij deugd gedaan, al heb ik ook heel veel gewerkt, veel mails beantwoord en een document gemaakt om de data van mijn patienten beter bij te houden. Ik voel dat die pletwals al in geen twaalf uur meer boven mij heeft gereden… Straks weer vroeg naar bed en hopen op een rustige nacht en morgen kiplekker weer uit de veren. Er staat een drukke werkweek op het programma, dus ik mag niet ziek vallen!!
May 6, 2008
Let maar niet op het woord. Het viel me te binnen, en ik vond het wel toepasselijk voor de miserie dat een mens kan hebben met wratten.
Ik, waterrat zijnde, had er als kind heel veel last van. Ik had er een paar hardnekkige, en eentje dat zich met niets liet wegkrijgen. Het ding werd overgoten met liters vloeibare stikstof, maar het bleef terugkomen.
‘Ik zal moeten snijden!’, was het uiteindelijke verdict van Professor D., de toenmalige Professor Huidziekten. Een fenomeen. Altijd een strikje. En een broek die net iets te kort was.
Toen we enkele dagen na de operatie weer op controle moesten, deed Hij omzichtig het verband open. Hij maakt een vreugdesprongetjes (neemt u dat maar zeer letterlijk).
‘Ik heb ze! Ik heb ze! Ik heb ze! Is dat niet leuk! Is dat niet leuk! Ik heb ze!’ zong hij, terwijl hij een rondedansje rond mijn brancard maakte. Echt eerlijk waar!
Een mens maakt wat mee in zijn leven.
Het beeld kwam terug, toen ik vorige week met Henri in Poli Zes terechtkwam. Kissing warts, noemde de sympathieke collega dermatologe het. Een schoon woord voor twee vieze dingen op twee teentjes van zijn rechtervoet. Een paar maand al verzorgde ik ze dagelijks met een weekbadje met zeezout, gevolgd door een paar likjes duofilm. De vellen vlogen eraf, maar de wratten bleven. De Snoodaards!
Dus gingen we vorige week woensdag langs om ze te laten bevriezen.
Ik hoop van harte dat het bij Henri hier ophoudt, en dat er geen mes aan te pas moet komen.
Hoewel, zo’n Professor Dermatologie die vrolijk rond je brancard danst, het blijft je bij voor de rest van je leven…
February 26, 2008
Reminder to self: ik ben te oud (geworden) voor zotte toeren.
Wat Henri doet met veel zwier, hoef ik écht niet allemaal ook (meer) te doen.
Een voorbeeldje: als er een dikke laag ijs op de vijver ligt, zo dik dat je Henri erop laat lopen (met een reddende arm en hand vlakbij uiteraard), dan is het écht niet nodig ook nog eens de stoere uit te hangen en er zelf ook nog eens op te gaan staan.
Het was koud, jawel. En het water dat uit mijn botten liep toen ik ze uitdeed was bruin. En… een slipbeschermer kan heeeeeel wat water hebben.
En die snee in mijn hand, die groeit wel weer dicht. Ik heb ze goed ontsmet.
February 17, 2008
Kijk, daarnet lees ik de post van patricia op gentblogt. Over haar. En kappers. En kijk, ik heb veel goesting om morgen te bellen en een afspraak te maken bij wakko voor zaterdag.
Kappers en ik, het is iets raars. Ik zou het, net als Patricia, fantastisch vinden om een kapper binnen te kunnen stappen en te kunnen zeggen: ‘Doe uw goesting. Verras mij. Maak er iets schoons van. Ik vertrouw op u.’
Die woorden uitspreken is nog zo moeilijk niet. Dat zou misschien nog wel lukken. Maar dan begint het. Angstzweet. Stress. De drang om weg te lopen. En vluchtgedrag, dat heb ik anders nooit, confrontatie aangaan, da’s meer mijn ding.
Die spiegels in een kapperszaak, die zijn ook altijd zo vreselijk onflatterend, of ligt dat aan mij?
Die haat-liefde verhouding is niet nieuw. Als tiener ging ik naar de kapper, en toen ik thuis kwam, begon ik onmiddellijk mijn haar te wassen. Mijn vader begreep er niks van. Mijn moeder wel.
Bovendien heb ik nu een lief dat al moord en brand schreeuwt als ik nog maar het woord kapper uitspreek. Droefenis en getormenteerdheid op zijn gezicht: ‘Maar het is zo mooi nu… Ge gaat er toch niet te veel laten afdoen he.’ Ook niet echt bevorderlijk voor mijn kapperfobie. Ergens heeft hij wel gelijk: mijne carre van een paar jaar geleden stond mij niet echt. Maar intussen heb ik dus al jaaaaren gewoon, saai, lang haar. Bovendien heb ik ook nog ongelooflijk fijn haar waar niet veel mee aan te vangen is. Fluthaar, zeg maar. Of ook: triepkeshaar. En, ik geef toe, het gemak van een staartje, een vlechtje, een speld erin en hup- het is een gerief.
Maar ik ben het zoooooooo beu.
Maar ik ben ook zoooooooo een angsthaas. ‘Een froefroeke is in hoor’, zei de kapper laatst, zo’n maand of zes geleden. ‘Mmmm, zei ik, misschien de volgende keer…’ Het resultaat: niemand die zag dat ik naar de kapper was geweest. Maar b. vond het natuurlijk wel heeeeeel mooi.
Zaterdag, de wakko? Misschien wel… Maar ik vrees dat we xanax gaan nodig hebben. Mijn lief en ik.
December 19, 2007
Note to self: hou uw gezicht in de lift.
Het was dus weer van dat. Het ging over brillen. ‘Ah, met ouder worden gaat gij dus geen bril meer moeten dragen’, zei mijn collega.
‘Mm, daar merk ik niet veel van’, zei ik, ‘dat is volgens mij een fabeltje. Neen, ik ga dan zo’n dubbele bril moeten dragen’, repliceerde ik, met een duidelijke weerzin in mijn stem.
Collega e. deed allerlei tekens, dat ik moest dimmen.
Maar het kwaad was al geschied.
Even verder in de lift stond een oudere meneer met dubbele glazen beteuterd te kijken.
Hij lachte een beetje schaapachtig.
‘Tegenwoordig hebben ze ook progressieve glazen, hoor.’, stamelde hij nog ter verdediging, net voor hij de lift uitstapte.
December 14, 2007
Waar ik echt iets van krijg, dat is van mensen die plots hun kar keren, en het tegenovergestelde beweren van wat ze eerder hebben gezegd, en als je hen daar dan over aanspreekt, u dwaas bekijken en van krommen aas gebaren. Daar word ik echt pisnijdig van.
March 8, 2007
Wat een vreselijk drukke dag. Drie collega’s afwezig, en dat laat zich goed voelen, natuurlijk (het zou erg zijn moest dat niet zo zijn ;-)). Ganse dag van hier naar daar gehold. En nu zeker nog een paar uur thuis werken. En te zeggen dat we eigenlijk aangename plannen hadden vanavond. Maar alweer roepen we overmacht als excuus in. Grrr…
March 6, 2007
Henri is écht niet goed. Hij begon vanmorgen ook te klagen van hoofdpijn en nekpijn en braken. Hm, moeder dacht onmiddelijk het ergste natuurlijk (meningitis). Toen ik telefonisch (ik aan het werk, Henri ziek thuis) dan ook nog hoorde dat de koorts écht niet naar beneden wou (onder Curpol (= paracetamol) van 38.6 nog gestegen naar 39.2 °C en onder Junifen (=ibuprofen, toch al vrij zwaar) van 39.2° naar 38,8°C), en dat hij heel slapkes was, begon ik een beetje te flippen. Onze kinderarts was niet bereikbaar, en toen ik naar een collega kinderarts in het UZ belde of ik nog een consultatie tussendoor kon krijgen voor Henri, zei ze me dat dat niet mogelijk was en dat ik dan maar naar spoed moest komen… Tegen de kinderarts van spoed sprak hij niet meer over nek- en hoofdpijn, wel over keelpijn.
”t Zijn mijn adamsappels’, zei hij met een zucht. ‘Ze zitten te dicht bij elkaar. Er kan niets meer passeren, en het doet zo’n pijn. Ze moeten eruit, denk ik.’
nvdr: vervang adamsappels door amandelen, en u begrijpt het al wat beter, denk ik. ‘t Is de koorts, dat is ‘t.
En ze zagen bloedrood met witte stippen, die adamsappels amandels. Angina dus.
Maar slapkes dat hij is. En bleek. En magerkes (twee dagen al niet gegeten, en gebraakt).
Zucht.
March 2, 2007
Previous page