Tag: O Machtige Natuur!
Die dag op de Tram.
“Mama, niet daar gaan zitten!!! Er hangt daar een lange spinnendraad! Met de spin er nog in he!”
Als we even later op een spinvrije plek tegenover elkaar zitten, zeg ik hem dat ik dat toch een rare plaats vind voor een spin, een tram. “Er is hier zoveel beweging, wanneer zou die hier draden hebben zitten weven, vannacht?”
“Maar, neen”, zegt hij, zeker van zijn stuk. “Het is een jonge spin. Die weven kilometerslange draden en dan zwieren en zweven ze daaraan van hier naar daar. Ze is hier waarschijnlijk door de open deur naar binnen komen zweven, en wacht nu op een goed moment om weer naar buiten te zwieren… ”
“En waarom geldt dat enkel voor jonge spinnen? Doen oudere spinnen dat dan niet?”, vraag ik hem.
“Neen”, zegt hij wijs. “Oudere spinnen houden minder van avontuur. Die bouwen een web.”
Heerlijk vind ik dat, mijn zoon die mij iets leert. Dan hang ik aan zijn lippen.
July 8, 2008
De voorbije dagen heb ik vooral van mensen afscheid genomen, vandaag namen we afscheid van onze plekjes. De Caffe Presse, waar we elk weekend zaterdag of zondag kwamen ontbijten of brunchen, Stumptown voor de beste Iced Mocha van Seattle (als het aan mij ligt keren we er nog wel eens terug voor we vertrekken, maar toch), Grand Central Bakery voor een slaatje en brood, de zo vertrouwde straten van deze stad, badend in de zon. De prachtige bergen in de verte, de Olympic Mountains en “onze” berg, Mt Rainier, wit en blauw, helder en uitnodigend tegen de wolkenloze hemel.
Morgen nemen we eindelijk eens een ferry, naar Bainsbridge, waar we uitgenodigd zijn voor de lunch (vis grillen op het strand!). We kijken allemaal uit naar de wind en de koelte van het water, het zand onder onze blote voeten, de zon zorgeloos schijnend op ons gul ingesmeerde vel. Dit weekend voelt echt als vakantie.
June 29, 2008
Ik weet dat mijn b. geregeld schrijft hoe slecht weer het hier is. Hij heeft natuurlijk gelijk, maar voor mij voelt het alsof het weer hier best wel ok is. Zeker niet slechter dan het gemiddelde belgische weer (ik hou hierbij uiteraard geen rekening met die weken aan een stuk van prachtig zomerweer, dat is vals-spelen). De reden van deze schijnbare tegenspraak? Niet zijn pessimisme en mijn optimisme (hm hm), maar het feit dat de mooie dagen hier totnogtoe bijna altijd in het weekend vielen (en op mijn enige verlofdag, de dag dat we naar de zoo gingen, ja ik weet het, het is niet eerlijk). We hebben weer drie prachtige dagen achter de rug. Ik schrijf dit postje in een zomerse outfit, sunscreen op mijn lijf gesmeerd, ijskoude white cranberry tea naast mij op ons terras, de geur van bbq in mijn neus, met een wijds zicht op de stad en de olympic mountains als een prachtig decor in de verte. Ik begin hier een liefde te koesteren voor besneeuwde bergtoppen.
En weer voorspellen, dat kunnen ze hier niet. Het gingen drie overtrokken dagen worden, niet koud (20-22 graden – celsius natuurlijk), maar constant bewolkt en regenachtig, maar in plaats daarvan brak de zon elke dag door, zaterdag on 9 uur al, zondag om 11 uur, and vandaag om 14u30, toen we terugkwamen van een heerlijke lunch bij boomnoodle. En werd het stralend weer.
Wisselvallig is het hier wel. Op de dagen dat ik niet thuis ben welteverstaan ;-). Onze sociaal verpleegkundige, die enkele jaren geleden naar hier verhuisde vanuit een zuiderser gelegen staat, verwoordde het prachtig: “This weather was the thing I had the most trouble getting used to. Where I come from, you get up in the morning, look oustide the window and you know what the weather will be that day, and you can dress up to it. Here, you never know what the day will bring, weatherwise. It might be a wonderfully clear sky, with a beaming sun, you put on a nice dress and slippers, and two hours later you are soaked wet and freezing. Or vice versa. I hated it at first, but now I like the surprises the weather holds each day. And I came to enjoy and appreciate a steady nice day more than I used to.”
En geluk hebben we hier dus echt wel al gehad, ook weersgewijs. Mijn patient en zijn echtgenote, de mounteneer weet u wel, die mij alle goed advies en een hikers-boek en zonnecreme bezorgde voor ons memorabel bezoek aan Mount Rainier, keken nogal op van de foto van b. van Mt Rainier. “You have been so lucky that day”, zei j. (de vrouw), “the days that you can see the mountain that clearly, are rare. I remember, a few years ago, when we celebrated the 100th anniversary of the parc, lots of people had come from all over the world to join the celebrations and see again the mountain they once climbed. It was this time of year, and the weather was terrible. You couldn’t see the mountain even if you were so close. All you could see were clouds and rain. I remember feeling so sorry for all those people who came from all over the world to see the mountain in all its glory. And look what you saw!!”
Heb ik al gezegd dat we gelukzakskes zijn?
May 27, 2008
Mag ik bij deze Mount Rainier uitroepen tot mijn favoriete berg?
Dankzij mijn lieve en overbezorgde patiënt (ik moest hem vrijdag steeds weer forceren het over hemzelf te hebben, want hij bleef het gesprek forceren richting onze uitstap van vandaag naar ‘zijn’ berg, en bleef maar tips,goede raad en advies geven, en was vooral bezorgd dat Henri niets zou overkomen, van uitglijden over slippery paadjes tot zonnebrand op zijn oren en de onderkant van zijn neus –een vaak onvoldoende ingesmeerde plek, die door de zon wordt bereikt na weerkaatsing op de sneeuw), hebben we het er levend van af gebracht, zijn we nergens verbrand, hebben we geen zonneslag en hebben we genoten van adembenemende views. Het weer stond vandaag dan ook volledig aan onze zijde. Langs de ene kant breng je een dag waarop het meer dan dertig graden is maar best door op een plek die wat meer koelte brengt, zoals een berg waarop veel naaldbomen staan, en langs de andere kant breng je een dag in Mt Rainier National Park ook liefst door als het warm is, want anders kan het daar denk ik wel heel erg koud worden (ongelooflijk trouwens hoe de temperaturen daar schommelden – van 42 tot meer dan 80 graden fahrenheit).
Wel, we hebben ‘zijn’ berg inmiddels ook tot de ‘onze’ gemaakt, zij het een beetje minder diep. Tot zijn level graken we pas als we een paar keer de summit hebben bereikt. Als het van ons afhangt trekken we binnen een paar jaar terug naar daar om de volledige Wonderland Trail te doen (14 dagen trekken). En als het even mag wil ik dan graag ook eens een nachtje in de pas (sedert gisteren) heropende Paradise Inn Lodge verblijven. Wat een machtige plek!
Met sneeuwballen gooien en door de sneeuw glijden in je korte broek en een topje, dat is toch wel wo-o-ow, zoals Henri het wel duizend keer uitriep vandaag.
May 18, 2008
Vandaag had ik een dagje verlof. Mijn fantastische collega m. had zich spontaan en geheel vrijwillig aangeboden om voor mij te coveren vandaag. I owe him big time zoals ze dat hier zeggen. Ik heb genoten met volle teugen van ons uitstapje naar de Woodland Park Zoo. Wat een paradijs. Ik heb altijd gemengde gevoelens als ik in naar de zoo ga. Enerzijds is het altijd feest, vooral dan voor Henri, maar ook ik geniet altijd wel. En anderzijds voel ik me altijd schuldig omdat die arme dieren uit hun natuurlijke habitat werden gerukt, uit hun prachtige vrije leven, om tussen vier muren terecht te komen, met tralies die hun zicht op die raarste diersoort van allen belemmert. Het weidse werd hun ontnomen. In deze zoo had ik het gevoel dat deze plek voor de dieren was gemaakt en dat wij mensen content mochten zijn dat ze ons binnenlieten. De dieren zitten in habitats, de zoo is onderverdeeld in zones, zoals de african savanna, het tropical rain forest en australiasia en de dieren die daar leven zitten daar gegroepeerd. Het is echt prachtig, grote stukken land met de zo authentiek mogelijke begroeing. Je krijgt de dieren niet altijd te zien. Je moet zoeken, turen en spieden. En als je een glimp opvangt van een tijger, een leeuw of een bruine beer slaat je hart sneller.
Hier zijn er ook vele dieren die naar de zoo werden gebracht omdat ze gewond waren of te zwak om in de natuur te overleven… Dat vind ik een mooie gedachte. Zullen me zeker bijblijven: het koppeltje artic foxes, het meisje wit (ze komt uit een streek waar het snowy wordt in de winter, dus is ze wit in de winter en wordt ze bruin in de zomer – je zag haar vacht al wat donkerder worden aan haar oortjes) en het manneke bruin (winter en zomer, waar hij vandaan komt is het eerder een nadeel om wit te worden in de winter -geen sneeuw- dus wordt hij het niet), het knalblauw-paarse gifkikkertje dat op een rood blad zat en heel vriendelijk keek met zijn giftige zwarte oogjes, de twee gigantische bruine beren weaarvan er eentje een frisse duik nam in de rivier en daarna zijn impressive ass droogschudde, de groep gorilla’s, vooral dan die die zo zalig lag te maffen en het schattigste kleine gorrilaatje dat ik ooit heb gezien, de leeuw die in de verte een dutje deed en af en toe zijn prachtige kop boven het hoge gras liet uitsteken en de drie wilde honden die zo gezellig aan het spelen/vechten en ravotten waren.
Daarna gingen we nog even om heerlijke aardbeien, druiven en de lekkerste kersen ooit die even later in een decadent bad handgeklopt double heavy whipped cream werden gedoopt. Maar niet voordat b. ons opnieuw had verwend met onglet (bleu natuurlijk) en gebakken asperges. En dat alles werd opgesmikkeld op ons zonovergoten adres.
Mensen, na wekenlang gehunker naar de zon die al die tijd in Belgie schijnt en waar jullie niet nalaten ons meer dan dagelijks aan te herinneren, is het nu ook onze beurt voor -volgens de voorspellingen- minstens al 5 dagen op een rij stralend zomerweer. Ik ga ervan genieten met meer dan volle teugen.
May 16, 2008
Ik heb die fantastisch sympathieke patient. Wat een zachte en vriendelijke mens. Vanmorgen excuseerde hij zich dat hij grumpy was, omdat hij bijna niet had geslapen, ze hadden hem gans de nacht -na een procedure gisteren- om de 2 uur moesten controleren… “You’re not doing a very good job at being grumpy“, vertelde ik hem.
Ik heb elke dag bid (zo zeggen ze hier twee keer daags) een hele leuke babbel met dit fantastisch ouder koppel. En zo kwam het gesprek op Mount Rainier, die we dit weekend een bezoekje gaan brengen. De berg van Seattle. D., de patient, is een mountaineer, net als zijn vriend d., die ik ook zondag ontmoette. Wat een zalige mensen, en ze zijn beide grote fan van Mount Rainier. In de late namiddag kwam de nurse me vertellen dat ik efkes bij hem op de kamer werd gevraagd, want ze hadden iets voor mij…
Even later ging ik zijn deur uit met tranen in mijn ogen en in mijn handen een tube 55SPF zonnecreme (“it’s going to be a very sunny day Saturday, and the snow will reflect the sunshine, so you’ll need the sunscreen to prevent you from burning – we don’t want our belgian friends to get sunburned-“) en een boek Best Short Hikes in Washington’s South Cascades and Olympics. Vooraan staat er iets in geschreven…
(van d – de patient)
To Henri:
Enjoy your trip to Mt Rainier. Come back sometime soon and climb to the top as d. and I did.
(van de andere d, zijn beste vriend)
Henri,
Paradise @ Mt rainier is one of my favorite places in the whole world. I hope it is very special for you and your family.
Is dat nu weer niet ongelooflijk?
O, en de chocolates (gianduja chocoladetabletten van Cote d’Or – my personal favorite) vielen in de smaak vandaag. “Oh, my God! It’s even better than swiss chocolate!” riepen ze geexciteerd uit. Morgen breng ik voor die lieve patient zijn vriend en zijn sympathieke vrouw een paar chocolatte muizen mee…
May 14, 2008
Zaterdagochtend genieten we altijd van de mooie foto’s in DeMorgen Magazine. breedbeeld noemt de prachtige serie. Al vaak vormden ze de aanzet tot nieuwe verhalen en dromen. Ook zo vanmorgen.
Een wit/zwart landschap met bruine vlekken. DE wit/zwarte stipjes blijken pinguins te zijn. De bruine stipjes zijn pinguin kuikens. Bruine, donzige dropjes.
De bruine vlekken zijn groot, heel veel bruine stipjes samen. ‘s Wereld grootste crèche staat er.
We zitten er alledrie met open mond naar te kijken.
‘Hoe weten die ouders nog wie hún kind is? Hún bruin stipje?’ vraag ik me luidop af.
‘Misschien is het zoals bij de schapen of de geiten. Dat ze aan hun kopje likken, en zo hun eigen geur herkennen.’ suggereert Henri.
Hij blijft me verbazen, die zoon van mij.
March 15, 2008
Bij de dood van een boom, las ik dit weekend in onze weekendkrant. Een stukje van Dimitri Verhulst. Ik kan die mens zijn teksten wel smaken. Zijn woorden lijken ruw, gekwetst, scherp, maar er spreekt ook een enorm mededogen door. Mocht ik van cliches houden, ik zou zeggen: ik lees tussen de regels dat hij een peperkoeken hart heeft.
Maar dit terzijde. Hoewel. Zijn column dit weekend in de krant was een mooie illustratie van wat ik net beschreef.
Het ging over en boom die was doodgegeaan. Een boom, neen, de boom, die voor de jonge Dimitri veel had betekend. Al lezend herkende ik veel in zijn woorden. Veel dingen. Veel gedachten. Veel mensen. Mezelf in de eerste plaats. Mijn ouders. En hopelijk ooit Henri.
Toen ik elf was, verhuisden we vanuit Zele, waar de rest van mijn familie woonde en woont, naar een mooi huis bij Gent. Mijn ouders hadden het grotendeels eigenhandig gebouwd. Alle vakantiedagen en weekends hebben we er gespendeerd, en mijn ontdekkingstochten en knutseldagen op ‘den bouw’ zijn van de mooiste herinneringen uit mijn jeugd. Toen de bouw begon, was ik zo oud als Henri nu is, bedenk ik nu. Jongens, wat vliegt de tijd. Wie weet, 27 jaar na deze dag, zit mijn grote zoon, zelf misschien al vader, ook naar woorden te zoeken om zijn jeugd te bewaren. Een jeugd die ik nu voor een groot deel samen met hem en b. aan het maken ben. Mooie maar wat beangstigende gedachte.
De bouw dus. Drie volle jaren hebben we eraan gewerkt. Wij, maar ik bedoel eigenlijk zij, dat zijn mijn ouders, twee schoonbroers van mijn vader, twee keiharde werkers die heel veel gedaan hebben, en dan nog familie en vrienden die af en toe kwamen helpen. Een huis als dat van mijn ouders, zo soliede en met gevoegd met liefde, dat komt ge tegenwoordig niet meer tegen, meneer.
Maar ik dwaal weer af. Hun zeer moderne huis hadden mijn ouders gebouwd op een plek waar ooit een kasteel stond. Het kasteel was intussen verdwenen, maar de oude bomen van de kasteeltuin stonden er nog. Prachtige bomen. Voor de bouw moesten er een paar sneuvelen, maar ik herinner mij avonden met geteken en geschets en gediscussieer over hoe we die en die boom konden sparen. Pal midden op het stuk grond stond een oude magnolia. We wilden hem absoluut houden. Wat een prachtige boom! Alles hebben we geprobeerd, het idee om ons huis rond de boom te bouwen werd serieus genomen, maar toen vertelde iemand die het kon weten dat de boom dat nooit zou overleven. De mensen die de verkaveling zo hadden getekend, zonder rekening te houden met de plaats van de bomen, werden door mij vervloekt. We konden niets anders dan hem omhakken. We hebben geweend om die boom. Nog zijn we hem niet vergeten.
Ik heb altijd ontzag gehad voor bomen. Telkens er in de buurt een boom werd omgehakt (want er kwamen veel mensen wonen die niet hielden van bomen, vraag me niet waarom die dan daar kwamen wonen, ik heb het me meer dan eens – niet zonder enige irritatie- afgevraagd), niet uit noodzaak, maar omdat hij de zon wegnam, of zijn bladeren teveel vuil maakten, hing er een bedrukte sfeer in huis. Het geluid van een boom die omvalt, dat doet echt letterlijk pijn. Mijn vader heeft een paar bomen gered van het omhakken. En dat maakt me echt trots.
Ik kan zo echt voorbij een boom lopen. Blijven staan. Terugkeren. Omhoog kijken, zo ver als de hoogste blaadjes. Wat een respect kan mij dan vervullen. Ontzag. Had ik een hoed, ik nam hem af. Voor de boom. Vanuit het diepst van mijn hart.
December 18, 2007
‘O, kijk een regenboog! Nee, twee! Maar die ene is echt prachtig! Je ziet alle kleuren zo mooi!!’
Zo klonk het deze ochtend om 8u25 hoog op K12. Uit de monden van verpleegsters en dokters. En misschien ook wel patiënten, maar dat heb ik niet gehoord.
Mooi toch, hé, wat een regenboog met een mens kan doen. En hoe je plots weer klein bent, en verwonderd over wat kan. En vrolijk. En wensen gedaan natuurlijk. Vuurwerk was het.
Een mooi begin van een druilerige dag.
September 18, 2007
Ik loop de laatste tijd veel naar boven te kijken. Mij zo hoog mogelijk uitrekken. In de
hoop nog een beetje blauw in de lucht te ontdekken. Ik blijf hopen dat de zomer nog
moet komen.
Maar er lijkt een dikke schijf boven de wereld te zweven. Een schijf grijze watten.
Kon ik er maar een gat in maken.
September 10, 2007
Previous page