Ik had het al aangekondigd, ik broed op een aantal verhalen. Tijdens mijn dagelijkse fietstochten passeer ik dezelfde huizen, dezelfde stukken straat, en vaak ook dezelfde mensen. Ik heb er altijd van genoten mensen te observeren, en dan te fantaseren wat hun verhaal is. Waar ze naartoe gaan, waar ze vandaan komen, wat voor mensen het zijn… Als je bedenkt hoeveel verhalen elke mens met zich meedraagt, dat is toch ongelooflijk.
Ik heb het ook altijd één van de mooiste kanten van mijn beroep gevonden: je krijgt er zoveel boeiende verhalen en levenswijsheid bovenop.

Twee verhalen wil ik vertellen: eentje van een mens op weg, en eentje van een huis met de deur open en een rolstoelkarretje voor.

Bijna elke morgen komen Henri en ik een heel magere mevrouw tegen, ze zit diep weggedoken in haar jas, klemt haar tas heel hard tegen zich aan, en stapt wat voorovergebogen, alsof ze tegen een hevige wind ingaat. Ze ziet er ziek uit, en heel bleek. Gisteren, 1 mei, kwam ik terug van de bakker, en zag ik haar, in tegenovergestelde richting van normaal (net als ik dus) op exact dezelfde manier stappen. Ik herkende haar van ver. Wat was er gebeurd? Was ze vergeten dat het vandaag een vrije dag was, en was ze op het werk aangekomen, en had ze gemerkt dat ze de enige was, en was ze dan maar teruggekeerd? Of was ze gewoon ook naar de bakker geweest, maar een andere, en keerde ze terug naar huis? Of moest ze naar de apotheker van wacht om ene vitaminepreparaat?

Verhalen schrijven zichzelf, in mijn zotte hoofd…

Dat van het huis is voor morgen, denk ik. Het hoofd doet pijn en is moe. En, moet eerst ook nog een pakje werk doornemen…