Vanmorgen weer met ons drietjes (ja, b. doet met ons mee sedert vorige week…) gaan lopen in de Blaarmeersen. Lekker vroeg. Henri was vorige week ‘niet op tempo’ zoals hij het uitdrukte. Deze keer had ik hem twee krachtmedaillons gegeven (2 flippo-achtige dingen die ik in de zak van mijn trainingsbroek had gevonden), maar toch liep het niet echt vlot, vond hij. Plots viel het hem te binnen. Vorige week had ik hem pas laten douchen na het lopen, en nu was hij opnieuw ongewassen vertrokken (kwestie van hem geen 2 keer op een uur tijd te moeten wassen). ‘Dat is het. Doordat ik vanmorgen nog geen badje heb genomen, zijn de kreuken nog niet uit mijn lijf.’
‘De kreuken?’
‘Ah, ja, de oneffenheden en de spierstijfheid van de vorige dag enzo, als je een badje of een douchke neemt dan verdwijnen die als sneeuw voor de zon. En nu zitten die nog aan mijn lijf!!’

Later begonnen de medaillons toch te werken, en snelde hij er als een hazewind vandoor. En ik erachter!
Ik voel me echt goed bij dat lopen. En ben eigenlijk wel trots op mezelf dat ik het doe en volhoud… Nog liever zou ik het twee keer per week doen, maar ’s avonds ben ik altijd zo laat thuis, dat dat moelijk haalbaar is…

En toen wij de Blaarmeersen uitliepen, kwam daar een ongelooflijke bende aan- en even later voorbij-gejogged. En, ja hoor, wij ontwaarden ergens vooraan mijn naamgenote, die we enthousiast hebben toegewuifd en moed ingeroepen!

Leve de Lopers!