De Uitgelezen, de boekenbijlage bij onze krant, van gisteren, stond vol brieven van schrijvers aan een dode mens. Annelies Verbeke schreef een brief aan oma en peter.

Ze vraagt aan oma of het liedje ‘Kreimgelas zat ik de kas’ een eigen compositie was, gezien ze sedert haar kleuterjaren al aan vele vrienden heeft gevraagd of ze het liedje kennen, maar dat was nooit het geval. Wel, Annelies, als u ooit op dit blog aankomt, ik ken het liedje. Wij zeiden wel Kremmelaglas, maar dat is vitten. Dus, óf het was geen compositie van uw oma, óf uw oma kende mijn nonkel f. en heeft hem haar liedje geleerd. Wat meer is, bij mijn nonkel hoorde er ook nog een fantastisch leuk kunstje bij.

Ik las jouw brief en ik werd teruggezogen in het verleden. Zaterdagavond bij moemoe en pepe. Met de ganse familie gezellig eten. Mijn nonkel f. -hij is er helaas niet meer- was een enorm warm mens. Hij zwierde me regelmatig rond. ´Nonkel f., gadenognekeerdoenvanKremmelagla-a-a-s??? Alstublieft??´
En toen werd ik, begeleid door de woorden en noten van het grappige liedje, omhoog gezwierd en gezwaaid. Zaaaaalig!

Voor wie het liedje niet kent, hier de versie zoals het in mijn hoofd werd bewaard.

Kremmelaglas zat in de kas.
Moeder peisde dat boter was.
Voader sneet-er een stukske af.
Oeioeioei, ’t was kremmelaglas.

Advertenties