An acquired taste. Het is zo een beetje een stiff upper lip uitdrukking, maar ik kan er niet onmiddellijk een perfecte nederlandse uitdrukking voor vinden.

Ik heb het met eten. Witloof en olijven, ik haatte het als kind. Tegenwoordig is een dag zonder olijven nooit echt compleet en is witloofrolletjes in hesp met kaassaus mijn absoluut lievelingsgerecht. En zoals ik nu geniet van lekker gecaramaliseerd gestoofd witloof, zocht ik vroeger net de stronkjes uit zonder bruin randje…
Koffie! In mijn leven ooit één drup koffie gedronken, om het dan te verafschuwen voor de rest van mijn leven. En toen begon het, enkele jaren geleden, met mokka-ijs en frappucino’s, mjamie. Vorig jaar begon ik de lait russes met slagroom uit de Mokabon te smaken en in Seattle raakte ik op warme dagen verslingerd aan de Iced Mochas (doet me wat denken aan het hilarische koeken-met-ingebakken-creem verhaal uit Buiten De Zone – kent u die nog?). Elke zichzelf respecterende koffiemens antwoordt hierop schamper dat dit toch geen echte koffie is, en daar hebt u uiteraard gelijk in, maar aan een goeie drip of een espresso in zijn pure vorm ben ik nog niet toe… Maar het komt wel, als het zo verder gaat… Nog even geduld…

Wat ik met eten heb, heb ik ook met Jazz. Daar zit b. natuurlijk voor iets tussen, hij is het die ons jaar na jaar meesleurt naar jazzconcerten en -festivals. IK geniet meer en meer van dit grenzeloos muziekgenre, zomer is geen zomer meer zonder jazz, en dat rustige, zalig relaxte, supergezellige sfeertje van de vele jazzfestivals heeft daar natuurlijk veel mee te maken. Ik begin er een beetje verslaafd aan te raken. Laat mij een perfecte zomerdag beschrijven, en ik zeg u: een jazzfestivalletje (Jazz in ’t Park blijft mijn favoriet), de zon, een badhanddoek, een hapje, een drankje, een goed boek, aangenaam gezelschap.
Experimentele jazz, avant-garde jazz, plingplongplang jazz, noem het hoe ge het wilt, maar ik kon het vroeger in het geheel niet smaken. Ik werd helemaal zenuwachtig als b. bijvoorbeeld John Zornoplegde (niet zijn Masada-cyclus, die veel toegankelijker is en die ik wel kon apprecieren). Ik kon er echt niet naar luisteren. Maar kijk, tijdens de Gentse Feesten gingen we op een alweer zonovergoten Braunplein naar CiClic luisteren, met onze maat Giovanni Barcello aan de drums. En ik vond het grandioos. Ik genoot. En veel experimenteler kan het nietm denk ik. Zelfs OpaTuur zei dat het niet echt zijn ding was en zocht andere oorden op… Ik luisterde en ademde de sfeer in van De vlakte in vlammen en Pedro Paramo van de fantastische Mexicaanse schrijver Juan Rulfo. Het is zeker vijftien jaar geleden dat ik zijn boeken las, als het er geen twintig zijn, maar op die zonnige juli-avond kwamen de verhalen terug.

Op de een of andere manier herkende ik structuur in de chaos, en toch leek het geen cerebrale muziekmakerij, iets waarvan dergelijke jazz vaak wordt beschuldigd, maar muziek die uit de buik kwam, het was ook pure improvisatie. Dat vind ik trouwens ook fantastisch aan jazz, die improvisatie, op het podium klimmen met vier, vijf mensen, niets repeteren of instuderen, gewoon samen muziek maken, zomaar, vanuit de kop, de buik en ongetwijfeld ook al de rest ;-) Verrukkelijk lijkt me dat.

Advertenties