’s Ochtends vroeg in onze badkamer. Henri leest een Jommeke op de wc. Ik sta onder de douche.

Hij: “Het is inderdaad juist wat Prof Gobelijn zegt.” Hij toont van ver een prentje waarop ik zonder bril alleen een wazige vlek ontwaar… “De blauwe lijn ontspringt in Ethiopie.”

“De blauwe lijn?” -als ik mijn bril niet op heb, dan ben ik niet alleen een beetje blind, maar ook een beetje doof. (Kent u die nog van De Kolderbrigade, “Adrie, waar is mijne bril, zodakziewadakzeg” – ja, ik word oud, no need to rub it in)

Henri zei namelijk niet Blauwe Lijn, maar Blauwe Nijl.

“Van waar hebt ge dat nu weer?” vraag ik.

“Uit dat boekje over het Oude Egypte”, zegt hij veelbetekenend. (uit de reeks wat is wat, we hebben het vorige keer uit den delhaize meegenomen). “Maar amai, wat is dat zeg, ’t is wel leuk ze, maar zo ne wetenschappelijke praat! Het is alsof Professor Gobelijn het heeft geschreven, voor een andere geleerde, Professor Denkekop bijvoorbeeld. Ik zit nog niet eens aan de helft!”

Advertenties