In de kinezaal hangt altijd een zalig sfeertje. Ik vind het relaxerend, al zullen de kinesisten zelf daar vermoedelijk anders over denken. Joviaal, warm, rustgevend. Ook stimulerend, in de oefenzaal zitten altijd mensen het beste van zichzelf te geven, doorgaan, niet opgeven, om weer te kunnen wat ze vroeger konden, na een ongeval of een sportblessure of een ingreep. Inspirerend.

Vandaag hing ik aan de TENS, elektrostimulatie, of kleine stootjes elektriciteit op de ontstoken spier (zoals altijd ben ik een speciaal geval, op een intensiteit die voor ‘normale’ mensen aan de lage kant is, gaat bij mij mijn ringvinger in spasme, ik ben dan ook een Gevoelig Meiske, met Dunne Armkes dan nog). Plots hoorde ik in het hokje naast mij gekreun en gezucht, en af en toe zelfs een kreetje. Er was niet onmiddellijk iemand in de buurt die haar ter hulp kon snellen, en ik hing aan mijn machine, dus riep ik: “Mevrouw, gaat het? Kan ik helpen? Moet ik iemand roepen?”

“Neen, neen, het gaat!”, kwam het bijzonder kordaat antwoord, met Nederlandse tongval. “Ik moet het zelf kunnen.” Ze was blijkbaar haar steunkousen aan het aantrekken, en die spannen nogal, namelijk.

“Ja, in Nederland kreunen we meer he, Vlamingen houden daar niet zo van, als ze horen kreunen denken ze direct dat er een groot probleem is.”

Intussen was kinestiste d. teruggekeerd. “Maar e., moet ik u echt niet helpen “(ook zij had het angeboden, maar e. had beleefd geweigerd), “uwe man zal niet weten waar ge blijft, hij zal ver doodgaan van den honger.”

“Pfff”, was haar repliek, “laat hem maar nekeer wachten. Hoe langer ge moet wachten op iets, hoe beter het wordt. Hij is het trouwens gewoon om te moeten wachten, hij heeft gans zijn leven met vrouwen gewerkt.”

“Het bezit van de zaak is ’t eind van ’t vermaak”, vertrouwde ze me nog toe, vlak voor ze, eindelijk in haar steunkousen gehesen, elegant flanerend en sympathiek knikkend passeerde om haar Wachtende Man te vervoegen.

De Mens, het is toch een Wonderlijk en Verscheiden Creatuur.

Advertenties