Kijk, ik weet dat zagen over het weer niet hip is, en vooral *niet* origineel, het weer zelf kan daar trouwens ook niets aan doen, maar de miserabele kwaliteit van de weersvoorspellingen begint wel danig op mijn zenuwen te werken. Dat is toch niet meer normaal. Ze kunnen het weer tegenwoordig zelfs geen ene dag op voorhand voorspellen! Zelf wetenschapper zijnde, kan ik mij maar al te goed voorstellen dat weer voorspellen niet simpel is, maar zeg dan gewoon, kijk jongens, weer voorspellen, dat kunnen we niet, we geven niet op (dat doet een wetenschapper nooit, namelijk), we werken verder aan onze computermodellen en al van die dingen, maar sta daar toch niet doodleuk te vertellen wat het weer de volgende dagen gaat zijn als ge eigenlijk zelf maar al te goed weet dat het weer toch zijn eigen goesting doet! Vorig weekend ging het schoon weer zijn, zo voorspelden ze midden vorige week. Het regende pijpestelen. Maar geen nood, zo zegden de weersvoorspellers -zonder blozen he-, de komende week zou het zomers worden, maandag was nog een overgangsdag, maar vanaf dinsdag zou de zon overuren doen. Wij blij, wij hebben bijna altijd verlof de laatste week van augustus, en dan is het nog nooit goed weer geweest. Zou ons lot dan toch keren? Neen dus. Zo slecht en triestig grijs weer is het lang niet geweest. Bedriegt-den-boel, zeg ik u. Nu beweren ze dat het dit weekend zomers warm wordt, wel, geloof ze maar niet, u komt hoogstwaarschijnlijk bedrogen uit (hoewel ik moet toegeven dat ik er zelf ook nog in geloof -grrr). Een tantaluskwelling is dit.

Als een mens tijdens zijn laatste vakantiedagen zo in de zak wordt gezet (en dan nog een serieus bronchiet heeft door dat triestige herfstweer), dan kunt ge twee dingen doen. Zielig zitten wezen en zagen over het weer en de weersvoorspellers die er niets van kunnen. Maar als ge een eeuwig optimistische zoon hebt gelijk wij, dan is dat eerste geen optie. Dan gaat ge ontbijten in dat nagelnieuw brasserietje bij u in de buurt. Dan gaat ge daarna om ne fietsrekker voor de fiets van uwe zoon (zodat hij eindelijk ook nekeer wat komisses kan meenemen). Dan gaat ge naar de Limerick om een boek dat ge hebt besteld en al wilt van als het uit is (dat was toen ge nog ver van huis waart, in een stad waar ze geen nederlandstalige boeken verkopen), zijnde Het grote Vriendelijke en Ondeugende Boek voor Tuinpiraten. En blij stelt ge vast dat het boek er in het echt nog cooler uitziet dan ge in uw gedachten had toen ge het zo graag wou voor uwe zoon. Dan keert ge terug naar huis en laat ge uw zoon in dat boek lezen en ondertussen doet ge verder aan uw muurproject (want hoe slecht het weer ook is, het regent tenminste niet), ge luistert vol contentement naar zijn kreten van verbazing, verwondering en opwinding terwijl hij leest. Ge hoort hem vragen en roepen en zoeken naar vanalles en nog wat om vanalles en nog veel meer in elkaar te knutselen. Voor ge het weet daalt ge uw ladder af en helpt ge hem een touw ontwarren en hangt ge een stuk van dat touw tussen twee bomen en hangt ge daar samen met hem doeken over en haalt ge van boven lakens en een mexicaans tapijt en kussens en Jommekes en wasknijpers en even later ligt diezelfde zoon in uw huisgemaakte tent te genieten. En dan schildert ge wat verder, nadat ge overheerlijke gegrilde brochettes met een groentenbrunoise en couscous hebt gegeten die uw ventje heeft klaargemaakt, en dan schildert ge wat verder en oei daar gaat de telefoon, en een kwartier later smikkelt ge mee van het peperkoeken huisje dat uw metekindje mee had naar de kribbe (prachtig werk van haar mama trouwens!), als afscheid want maandag gaat ze naar de Grote School! En dan koopt ge snel nog een nieuwe krabpaal voor uw kat want zijn oude krabpaal is helemaal kapotgekrabd.

En zo, beste lezer, maakt ge van een druilerige herfstdag ene prachtige zomerdag. Volgens mij heeft in onze tuin zelfs de zon geschenen.

Advertenties