Vanmorgen zwol mijn hart van trots en contentement. Henri vraagt tegenwoordig dat ik hem van de fiets laat srpingen (hij vindt het nog steeds fantastisch om op mijn fiets gezeten als een koning op zijn troon door mij te worden voortgeduwd naar school) op de hoek van de straat in plaats van aan de schoolpoort zoals vroeger… Het leuke is dat ik nu wel een dikke kus en knuffel krijg, daar op die hoek, -zo ver van het alziende oog van zijn vrienden ;-)-, in plaats van die vluchtige kus die meestal in de lucht tussen ons bleef zweven toen ik hem nog aan de schoolpoort afzette. Dus protesteer ik niet, natuurlijk, ik ben ook niet vies van enig opportunisme. Ik fiets verder terwijl hij dezelfde weg te voet aflegt, tot aan de schoolpoort, hij zwaait nog eens en lacht zijn mooiste lach en ik kijk hem na tot hij verdwijnt in zijn wereld… Een mooi begin van mijn dag.

Vanmorgen zag ik hoe hij heel luid en duidelijk ‘Goeimorgen!’ riep naar de juf die bij de schoolpoort stond. Ze had het blijkbaar niet gehoord, de eerste keer, want hij bleef even staan, tot hij haar aandacht had en toen herhaalde hij zijn goeiemorgen. Het maakte me superblij, en wat een vreselijk hectische dag zou worden was zo meteen goed begonnen.

Het stond wel in schril contrast met het gebrek aan respons dat ik kreeg toen ik goeiemorgen zei tegen twee medefietsers die in de fietsparking van het UZ hun fiets kwamen placeren. De ene keek eens verwonderd mijn richting uit, fronste, verzekerde zich ervan dat hij mij niet kende, en liep toen verder. Voor de andere leek ik gewoon lucht. Blik op oneindig, borst vooruit, geen reactie.

Kijk, vriendelijk zijn, beleefd zijn, goeiedag zeggen, het kost geen cent, maar het kan de wereld toch een stukje vrolijker, sympathieker en vriendelijker maken.
(deze post werd gesponsord door de bond zonder naam)

Advertenties