Die avond ten onzen huize. Op ons bord ligt een ovenrheerlijke speltpannenkoek gevuld met bloemkool, kerstomaatjes, gedroogde curryblaadjes en kaas.

“Weet ge nog, in uw Jeugd, ik bedoel, uw Vroege Jeugd, Uw Heel Vroege Jeugd? Toen ge zo van die verdroogde snottebellen op uw handen had? En als die dan juist op de plaats zaten waar uw hand naar uw arm gaat, en als ge dat dan bewoog, dan kraakte dat? Weet ge dat nog?”

– Henri beschrijft het gevoel aan zijn benen en voeten die sedert gisteren vol dikke knalrode bobbels staan, die ongelooflijk erg jeuken. –

Urticaria, vermoeden we. Maar op wat, daar hebben we het raden naar. Alweer. Dit is niet het onderwerp voor een wedstrijd. Maar wie de oorzaak vindt, krijgt onze eeuwigdurende dankbaarheid en erkentelijkheid. Ik heb hem een half xyzalleke gegeven (in een lepeltje honing). Hopelijk morgen beter.

Advertenties