Wat ik had gevreesd, is gebeurd. Ik heb alles gedaan wat ik kon om te vermijden dat Henri mijn allergische constitutie en mijn astma zou overerven. Een vent kiezen die ge in een veld vol pollenproducerende bomen moogt zetten, waardoorheen een grasmaaier rijdt die alle vers afgereden grassprietjes met pollen en al de lucht inblaast, naast een vaas met sterk geurende lelies en een madam die ’s ochtends duchtig heeft gespoten met haar flesje loulou, op een in geen twintig jaar ververste matras legt onder een stoffige wollen deken, zonder dat hij één keer niest. Borstvoeding geven. Hypo-allergene flesvoeding geven van zodra ge met borstvoeding stopt.

Het heeft allemaal niet mogen baten. Ons ventje is allergisch en hij heeft zijn eerste astma-aanval. Met serieus slechte longfunctiewaarden, een peakflow van 56%, die steeg tot ocharme 68% na 15 minuten inhaleren van een luchtwegdilatator. Hij is ongelooflijk flink geweest tijdens de drie uur die we in het UZ hebben doorgebracht. Tijdens het blazen, het tegenademen, de aerosollen, de huidallergietesten en de radiografieën. Maar mijn hart bloedt als ik hem zo lastig zie en hoor ademenen en als hij uitgeput is na een korte wandeling.

Morgen wordt hij negen, maar hij zal zijn vrienden niet kunnen tracteren met een grote mand fruit, een boek voor de bib en zelfgebakken dingskes. Hij zal donderdag niet meekunnen op de sponsortocht voor Guatemala op school (waar hij vanmorgen nog voor in zijn portefeuille zat te scharrelen omdat hij zelf ook een bijdrage wou leveren). Maar we zullen hem vertroetelen en verwennen en heel veel knuffels geven. Van die stofvrije. En heel erg duimen dat zijn ademhaling snel beter wordt. En hij snel weer gezwind trompettert en fluitend de berg opfietst.

Advertenties