Af en toe eet ik graag eens een zuur haringske. Mijn mannen halen er hun neus voor op, maar ik vind het erg lekker. Meer nog, toen ik zwanger was van Henri, was zure haring met puree en een glas karnemelk mijn favoriet gerecht. Het enige dat mij altijd smaakte.

Maar ik dwaal af. Onlangs kocht ik nog eens een potteke zure haring en vanavond hadden we niet zoveel in huis (’t is te zeggen, we hebben gigantisch veel in huis, maar dat is allemaal voor het Groot Feest morgen), en toen viel mijn oog op de bokaal.

“Haring? Wie doet dat nu op zijn boterham, brrr..”, zei mijn zoon met afkeuring in zijn stem.

“Ten eerste, ik doe dat niet *op* mijn boterham, ik eet dat *samen* met mijn boterham.” repliceerde ik heel gevat. “En ten tweede, gij hebt dat nog nooit geproefd, zure haring, hier proef ne keer”, en dat zeggende sneed ik het malse stukje van mijn haring af en prikte het op mijn vork dat gezwind zijn richting uitvloog.

“Er is een fout opgetreden op deze pagina. Gelieve de pagina af te sluiten en te herstarten.” weerklonk het metallisch uit mijn zoon zijn mond.

Daar stond ik dan, met het malste stukje haring van de ganse wereld op mijn vork. Van pure entroasse heb ik het inm mijn eigen mind gestopt. En het smaakte overheerlijk. Poeh.

Advertenties