Toen we daarnet van de opening van de zo-spliksplinternieuwe-dat-we-stukken-ervan-nog-niet-mochten-betreden-van-de-brandweer studio’s van Lod en Les Ballets C de la B in De Bijloke , dwars door de door merg en been snijdende wind, zei Henri: “Vandaag ben ik blij dat ik niet de grootste man ter wereld ben.’

Het was trouwens de avond van de oneliners. Terwijl we in de Yanko zaten te eten (ja, het eten is nogal even overprijsd en slecht als tien jaar geleden, ik denk dat we er nu niet meer terugkeren en het blijft me een raadsel hoeveel volk daar altijd zit), schudde hij ook nog deze uit zijn mouw:

“Papa, ik weet de hoeveelste je morgen gaat worden. Niet de eerste. Niet de tweede. Of de derde. Of de vierde. Jij wordt gewoon de beste.”

en ook nog:

“Mama, voor jou zou er een wedstrijd moeten bestaan om ter snelst naar het UZ fietsen.”

O, en hij zong ook nog van Star Wars op de tonen van Enola Gay. Jaja.

Advertenties