Nu iedereen uitgezaagd lijkt over de sneeuwval en de verkeersellende en de glibberigheid.
Nu het kwik weer stijgt en de opwarming van de aarde weer voelbaar wordt.
Nu ik mij niet meer zo opjaag in al dat negativisme rond die sneeuw.

… is het tijd voor ons verhaal.

In tegenstelling tot vele anderen keken wij Met Grote Ogen naar Buiten. Naar al dat wit en al die vlokken. Naar hoe onze tuin en de straat steeds meer op een sprookje begon te lijken. En toen gingen we naar buiten met ons drietjes. En sleeden we. En gooiden we sneeuwballen. En lachten we onbedaarlijk. En waren we nat tot op ons bloot vel en helemaal onderkoeld. En genoten we daarna van warme pyama’s en warme chocomelk en waren we gewoon gelukkig.

Mooier dan Lieven Tavernier het ooit schreef en
Jan De Wilde het ooit zong, kan niet.

Zodus, citeer ik enkele woorden van hun wonderlijk lied.

Kijk eens naar omhoog en kijk
de lucht is grijs en zit vol vlokken.
‘k Wou dat dit kon blijven duren,
dat het nooit meer zou stoppen.

Man, wat die tonen en die woorden met een mens doen, het is me wat. Net als de Eerste Sneeuw, eigenlijk.

Advertenties