Zaterdag gingen Henri en ik nog eens langs bij onze favoriete kapper. “Aah, moeder en dochter”, zei de kapster, toen ze een blik op ons wierp toen we binnenkwamen. Meteen had ze de voornaamste reden waarvoor Henri kwam…

En zo ziet Henri er weer helemaal als een jongen uit, en ik gelukkig nog steeds als een meisje. Hihi.

We hadden weer een mooi weekend met vrienden, warmte, gelach en ook wat rust. Na ons gezamenlijk uitje gisteren met de vrienden (het was weer superlekker en gezellig in De Nero) mocht Henri nog eens in het Grote Bed slapen. Dat betekent voor alledrie eigenlijk geen oog dichtdoen, maar toch blijven we het doen, en blijven we er alledrie van genieten. Ik kroop als eerste ons warme nestje uit, door de kou en de regen naar de bakker (waar we een nieuw soort donkere pistolet met noten meekregen -“dat heeft hij vannacht voor het eerst gebakken, probeer het eens en laat eens weten wat ge ervan denkt”, fluisterde de immer sympathieke bakkersvrouw me toe).
“Ziet ge het zitten om in bed te ontbijten?” vroegen mij twee mannen, de slaap uit hun ogen wrijvend. Zo kwam het dus dat we even later weer in bed lagen met ons drieën, en ons klaar maakten voor een drie uur durende marathonvertoning van Pirates of the Caribbean, Dead Man’s Chest. Zo decadent, maar zo zalig!

Advertenties