Vanmorgen zegt Meneer Henri: “Moet ik om de krant gaan?”

Om de krant gaan ’s ochtends is één van de weinige ‘taken’ die onze zoon heeft thuis. Maar meer dan eens probeert hij ervanonder te muizen. Zo ook vandaag.

Ik antwoord bevestigend.

“Spijtig” zegt hij. “Ik wou dat ik eens een dag verlof kreeg. Om de krant gaan, dat is in plaats van een bijvoeglijk naamwoord, een bijvoeglijke taak.”

Ik barst in een spontane lach uit.

“’t Is toch waar”, zegt hij bedrukt.

Met Meneer Henri wordt niet gelachen, namelijk.

Advertenties