Vanmorgen las ik in DM magazine in de column van Jacqueline Goossens dat er van haar kindertekeningen, knutselwerkjes en nieuwjaarsbrieven niets meer overblijft, allemaal weggegooid of verbrand door haar ouders. Ze verwijt haar ouders niets, zegt ze, maar spijtig vindt ze het soms wel.

Dat kan ik wel geloven. Ik heb er als jongere en volwassene altijd enorm kunnen genieten mijn tekeningenmap die mijn ouders bijhielden te doorbladeren. En nu geniet ook Henri van wat zijn mama heel lang geleden heeft getekend en geschreven. Geen haar op mijn hoofd dat er aan zou denken alles wat Henri met gans zijn hart heeft gemaakt, zijn tong uit zijn mond en al, weg te gooien. Mijn moederhart bloedt bij het gedacht alleen al. Langs de andere kant, wat maakt een kind niet allemaal, welke draken en monsters brengt dat niet mee naar huis, elke week, elke maand, elk jaar? Welk een stapels worden dat niet? En waar moet ge daarmee naartoe, in ’s hemelsnaam? Uw schouw heeft ook haar grenzen, toch. Alsook uw muren, ramen en haakjes waar ge iets aan kunt hangen. Dus heb ik mij ook al geriskeerd eens iets weg te gooien, maar altijd na mijn zoon te hebben geconsulteerd in deze hem ten zeerste aanbelangende materie, dat spreekt voor zich. Maar de meeste van zijn kunstwerken, die hebben we nog. In een map, in ons fotoboek, aan de muur, op de schouw, in het UZ, overal hangt er wel iets van zijn hand. En dat zal nooit veranderen…

En, wat doet u? Alles, werkelijk alles wat uw oogappel ooit heeft gemaakt minutieus bewaren, alles gewoon de vuilbak/haard in, of houdt u het ook op een tussenoplossing, zoals ik?

Advertenties