Gisteren op de koude eerste dag van het jaar hoorde ik een fantasisch verhaal. Ik had voor mijn grootmoeder (Moemoe) een prachtig art deco vaasje gekocht in Het Archief. Ik vertelde gisteren dat ze daar warmwaterkruiken hadden die men vroeger gebruikte om in bonten houders te steken om die voor te verwarmen voor de chique madammen naar buiten gingen in de koude en door die warme bonten worst hun handen staken. Het was in de tijd dat er nog geen handschoenen bestonden.

Moemoe had dat nooit gekend, zei ze. Maar ze vertelde een ander verhaal. Over een collega die met haar treinde naar Brusel. Zij legde appeltjes op de stoof ’s nachts en stak die ’s ochtends in haar zakken om haar handen aan te warmen. De appeltjes bleven lekker lang warm en roken bovendien heerlijk! Vindt u dat geen fantastisch verhaal?

En, hoe verwarmt u uw handen in deze barre tijden?

Advertenties