Kijk, zo in uwen hof gaan, voor dag en dauw, met een snoeischaar in uw hand, verse bloemen snijden, zo vers dat ze nog nat zijn van de dauw, naar binnen gaan, en de bloemen in een vaas schikken, daar word ik heel welgezind van. Een prinses voel ik me dan. Een stadsboerinneke.

En als u me nu wil excuseren, ik moet dringend mijn tomatenplantjes uitplanten.

Advertenties