– Berlijners zijn doorgaans niet echt vriendelijk. Ze zouden je omver rijden, omver lopen
en behulpzaamheid staat niet echt in hun woordenboek. Vier keer ben ik (net aangekomen,
volgeladen dus) heen en weer mogen terten naar de receptie omdat de kaart/sleutel om mijn kamer te openen niet werkte. Vier keer. Ze waren er vast van overtuigd dat ik het niet goed deed. Maar er bleek uiteindelijk toch een serious problem with the lock. Na acht uur bleek het plots wel weer te lukken. Maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat we wel een fruitbord hebben gekregen. Complimentary. Voor het ongemak.
– Berlijn is een stad met ballen. Wijds en ademend. “Berlijn is nooit Berlijn” heeft ooit
iemand gezegd, het is continu in evolutie, en dat voel je. En toch is het verleden nog
heel nadrukkelijk aanwezig.
– Ik heb nog nooit een congres meegemaakt waar alles zo geregeld werd. Op de grond mag
niet gezeten worden. Als de zaal vol is, moet je buiten volgen. Neen, je mag nog niet
binnen, want de vorige sessie is nog niet afgelopen. En het congrescentrum is echt heel
ongezellig en hoogst onpraktisch. Geen aanrader.
– Culinair Berlijn is véééél méééér dat Bratwurst Mit Sauerkraut und Kartoffeln. We
hebben daar heel lekker gegeten.
– O, en Flussigkeit, dat is by far mijn favoriete duitse woord.
Book of Clouds lezen als je in berlijn bent, is echt een aanrader. Als je niet in
Berlijn bent ook, trouwens.

Advertenties