Ik neem dezer dagen veel pillen. Veertien dagen geleden evolueerde mijn zoveelste bovenste luchtweginfectie in een echte sinusitis, met alles erop en eraan. Niet zo een interessant gegeven, gezien de geplande snijderij in die omgeving (nog drie dagen, aaaargh). Dus begon ik vorig weekend met een antibioticakuur. Bovenop mijn dagelijks antihistaminicum.

Zodus. Vanmorgen. Henri zit pubergewijs aan een paar lege blisters te pulken. Geïrriteerd, boos, half-ongeïnteresseerd, u kent dat wel. Zijn hemd was niet goed, het was een stom hemd, en lelijk ook.

“Prematuur puberende bijna-tiener”, denk ik, half geërgerd, half vertederd.

“Kijk eens! Ik ben een vlieg! Of neen, een spin”, roept hij mij uit mijn overpeinzingen. Hij heeft het zilverpapier van de blisters gepulkt en zo een soort doorschijnende composietoogjes gemaakt. Daardoorheen kijkt hij ons breed lachend aan.

En zo verschijnt plots dat onbezorgd, vrolijk kind weer. Met een stralende glimlach.

Zou dat ook zo zijn met de echte puberteit, vraag ik me af, dat het kind in hem weer tevoorschijn komt, nadien? Of zal het nog een paar keer komen piepen, om daarna voorgoed te verdwijnen?

Advertenties