Vanmiddag voelde ik mij om verschillende redenen ontheemd. Mijn hoofd zat vol, teveel gebeurd de laatste weken, triestige dingen vooral, overwerkt, ik voelde mij verlamd, verdwaasd, verweesd. Nadat ik Henri had afgezet aan de Topsporthal voor een verjaardagsfeestje, fietste ik verder richting stad. Ik slenterde als een toerist door mijn eigen stad. Oké, ik had het boekje van Vitrine in mijn tas gestopt, maar dat kan een toerist ook doen, hé.

Ik verkende Gent als was het de eerste keer dat ik er rond liep. En met elke stap werd ik meer verleid door deze wonderlijke plek. Muziek op het water, vleugel, pianiste, tourneuse des pages, en vier violisten verspreid over 2 bootjes. Overal vrolijke, vriendelijke, lachende mensen. Wat een zichten. Originele winkels met schitterende spullen. Vooral om naar te kijken. Een paar keer hoorde ik in verschillende talen wat een prachtige plek dit was. In het diepst van mijn gedachten sprak ik ook buitenlands. Alles behalve Gents. Ik wou hier komen wonen.

En ik besefte weer dat deze stad me als gegoten zit. Elk seizoen opnieuw. Dat deze stad me weer tot leven kan wekken. Deze stad en mijn geliefden.

En was Henri niet grandioos verbrand teruggekomen van zijn feestje, we hadden de dag in onze stad nog verlengd met een bezoek aan het jarige Lod met Lodverdomme en wat operaklanken opgesnoven op het Sint-Baafsplein. Maar het ventje had zoveel pijn dat dat niet meer lukte. Hopelijk brengt de flamigel die ik in dikke lagen heb gesmeerd verlichting.

Advertenties