Zozo. Sedert gisteravond laat, 29 uur na mijn operatie, mocht ik alweer naar huis. Een drietal uur voordien hadden ze de wieken (lees: tampons, ongelooflijk wat een volume die dingen hadden aangenomen) uit mijn neus verwijderd: krachtig en snel, en miljaar, wat doet dat toch een pijn… Maar het deed wel deugd, want een neus die volledig dicht zit en een keel die volledig kapot is, is geen ideale combinatie. Niet dat die neus nu ‘open’ kan genoemd worden, gezien de korstjes en zwelling, maar het voelt veel beter dan helemaal volgestopt. Slapen lukte niet goed, misschien een uur of twee, maximum.

Vanochtend deed het veel meer zeer dan gisteren, maar dat hadden ze voorspeld. Eten lukt beter dan ik had verwacht, het doet serieus zeer, maar dat is even doorbijten, passeren doet het toch. En mijn ventje doet natuurlijk zijn uiterste best, vanmiddag kreeg ik een mixed special of the day: aardappel en bloemkool en gehakt, best wel lekker. Maar het was vooral het ijs nadien dat veel verlichting bracht.

Het is vooral wennen aan het feit dat ik hier lig, en de tijd zomaar voorbij gaat, al die mooie kostbare tijd. Die ik onder andere omstandigheden, u kent mij, zou gevuld hebben met allerlei. Ik moet het van mij afzetten, want ik mijn hoofd en mijn halve dromen maak ik nog steeds lijstjes, en raak ik alleen maar gefrustreerd omdat ze niet afraken. Ik moet leren genieten van mijn aanwezigheid hier thuis, een zeldzame gebeurtenis, genieten van het samenzijn met b. en henri, al slaap ik veel en kan ik niet veel doen.

Advertenties