Wat ik heel goed kan nu, is observeren. Kijken, Zien, Mij Verwonderen. En zo leer ik heel wat bij. Kennis waarvan ik zonder deze time-out in mijn leven van verstoken zou geweest zijn. Ben ik nogal zeker van.

– Nagiko wordt oud. Ik had dat gelijk nog niet gemerkt. Hij slaapt superveel. En sleept zich lui van de ene slaapplek naar de andere. En tegen indringers in de tuin zit hij zowat stoer te doen, van ‘hela, ik zie u wel, ze’ en ‘wat doet gij daar in mijnen tuin?’, maar zelfs zijn haar komt niet meer recht. Hij ziet er wel nog als een jonk dink uit, maar hij is oud geworden van doeningen. Twaalf wordt hij, in september. Is dat oud voor een kat? Of is dat alleen oud voor een raskat?

– Ik heb het gevoel dat mijn mond een kathedraal is. Zoveel holle ruimte, het voelt raar. Mijn stem is ook wat veranderd, bizar hoor. B. zegt dat ze hoger is, vrouwelijker. (En dan knipoogt hij zo wat verleidelijk). Naar het schijnt kon het ook gebeuren dat ik na die snijderij aan mijn huig een fwiet ging hebben als ik sprak. Ik heb dat dus niet, maar ik had dat wel graag geweten dat die kans bestond. Grote kans dat ik dan had gezegd, “laat maar zo, die huig”. Maar allez, bygones.

– In de bibliotheek lopen intrigerende mensen rond. Zoals een madam op van die birkenstocks met een romantisch rieten mandje aan haar arm en een boek erin met als titel “Geneeskrachtige Planten”. Wat gaat zij daar nu mee doen, met de kennis die zij uit het boek haalt? Plant ze dan een wandeling door velden en bossen op zoek naar geneeskrachtige planten? Gaat ze zelf kweken? Is er iemand dierbaar ziek die ze wil helpen met die planten?

– Stinkertjes zetten in uw moestuin, ik vind dat wreed wijs idee. Heel sixties ook. Ik ga dat ook doen volgend jaar. En ik ga ook snijboontjes planten. En wortelen. En patatten zou ik ook graag doen, maar naar ’t schijnt mag dat niet. Wegens gevaar van een coloradokeverplaag. Schone beesten, trouwens, die kevers.

Advertenties