Het gaat duidelijk beter met me, gelukkig. Net zoals het vorige week elke dag wat slechter ging, gaat het deze week elke dag wat beter. Zelfs zo beter, dat ik gisteren een tripje waagde naat Gent Jazz, gelukkig met stoelen dezer dagen, en behalve 1 keer toilet en 1 keer eten gaan halen (pasta carbonara, kleine portie voor 6 euro, maar alla, het ging redelijk goed naar binnen en piekte niet!) ben ik ook op die stoel blijven zitten. Mijn jeugdheld B.B. King kwam daar, namelijk, en ik wou toch die legende eens live aan het werk zien.

Maar kijk, Bender Banjax (de winnaars van Jong Jazz Talent vorig jaar – u moet trouwens dringend eens in grotere getale naar dit concours afzakken, dat plaats vindt in de marge van Gent Jazz, elke middag, echt de moeite én gratis, voor velen onder hen moet je binnen enkele jaren veel geld neertellen om ze live bezig te zien, geloof me!) vond ik geweldig (die mannen groeien en groeien, waar gaat dat eindigen?), China Moses fantastisch (wat een présence, wat een stem, wat een warm onthaal door het publiek -“I have to tell my mom this one!” riep ze geëmotioneerd uit toen het publiek haar trakteerde op een -oververdiende- staande ovatie-, haar ‘mom’, dat is Dee Dee Bridgewater, namelijk), en daartegen viel B.B. King wat tegen. Begrijp me niet verkeerd, die mens is 83, en wat een stem heeft hij nog, wat een spel met die vingers over zijn Lucille, één brok pure blues. Hij zorgt nog steeds voor kippenvel. Maar. Op het podium stonden allemaal topmuzikanten, natuurlijk, maar -en ik heb het gevoel al vaker gehad met die grote Amerikaanse namen- de machine is te geolied, alles is mooi uitgeschreven, alle moves, alle solo’s, zelfs alle grapjes van the king himself, zo had ik de indruk. Er was geen ruimte voor improvisatie, en dat is nu net wat leidt tot magische momenten.

Henri is ook fan geworden, van China Moses en van B.B. King. Ik heb het gevoel dat hij dit jaar meer beseft wat een geluk hij heeft dat hij dit kan meemaken, hij geniet echt volop, en altijd met dat vingerke op mijn schouder, en dan die big smile en zijn duim omhoog.

Ik had veel gerust op voorhand, het lukte om op die stoel te blijven zitten, en die muzikanten, dat zijn goede pijnstillers. Maar op weg naar huis (niet tot het einde gebleven, natuurlijk) voelde ik dat ik tot een puddingske verworden was. En thuis viel ik als een blok in slaap. Content en voldaan, dat wel. Nu weer wat rustiger aan.

Advertenties