Voor mij de laatste, want morgen smijt ik mij weer in het werk, en ben meteen ook van wacht, allez huppa. In het écht, de voorlaatste. Van de Fieste, bedoel ik. Maar dat wist u natuurlijk.

Ewel, het was een rustige laatste dag. Ontbijt in het MIAT in goed gezelschap, koffietje in Mokabon, onderwijl madammeke van mijne klerenwinkel tegenkomen, die op een terrasje mooi zat te wezen, zwaaiend naar mij “uw pulleke is gemaakt hoor, ge moogt er straks om komen” (er was een stukje naad los), dan kuierend naar Gent Beach, waar Henri al een paar dagen likkebaardend naar de nieuwe Wii Resort had zitten kijken en nu eindelijk zelf eens kon meedoen (en een super score haalde waar de meisjes en jongens van het Wii promo team van stonden te kijken -“heeft hij dat thuis misschien? Amai, wij zitten hier elke dag en kunnen dat niet half zo goed!”), naar Borsalino (heerlijke linguine al vongole), om mijn pulleke en naar huis. Thuis in de tuin, zetels en kussens en tent geïnstalleerd, gelezen (uitgelezen!), gebadmintond (euh?), ijsjes gegeten, eerste braambessen geoogst, tomaten geluisd (wanneer gaan die eens rood worden, die tomaten, er hangen er superveel, in alle maten en soorten, maar ze blijven maar groen!) en afgetopt (met pijn in het hart).

Het citaat van de dag, terwijl we aan het wachten waren tot Henri kon Wii-en. Er stonden twee als kabouters verklede mensen Plop-liedjes te zingen op het podium. “Mama, mag ik mijn bril eens alstublieft?” En dan, na een tijdje nadenkend de twee te hebben gevolgd en beluisterd, vol overtuiging, en heel droog: “Het zijn amateurs.”

Advertenties