“Henri”, zeg ik daarnet, terwijl ik naar zijn op mijn vraag ontblote tanden kijk, “ge hebt uw tanden goed gepoetst. Goed zo.” Onze bijna-tiener durft namelijk nogal eens slordig te zijn in zijn poetsen. Hij kan ook niet gewoon zijn tanden poetsen, hij zingt onderwijl én leest én zit dan nog vaak op het toilet ook, kwestie van geen tijd te verspillen, ge kent dat, het drukke leven van een negenjarige.
Maar kijk, nu waren ze écht goed gepoetst. En dat mag dan ook gezegd worden.

“Tja, zegt hij. Ik heb ze ook niet elf gepoetst. Ik heb een A.R.M. gemaakt en die heeft mijn tanden gepoetst.

“Een A.R.M.”, herhaalt hij veelbetekenend. “Een Automatische Revolutionaire Mechaniek.”

Ola.

Advertenties