Uw kind in slaap zien doen, dat masker, dat vechten, die stuiptrekkingen, om dan volledig slap te worden, het is telkens weer een beetje sterven. Gisteren moest hij weer onder het mes, tonsillectomie, met een schoon woord. Ofte, amandelen eruit.

Toen Henri de eerste keer onder narcose ging, voor zijn diabolo’s, hij was elf maand, was er een complicatie: een luchtwegspasme bij de inductie van de narcose, hij zag plots blauw. Sedertdien ben ik natuurlijk nog minder op mijn gemak, hij heeft bovendien ook astma nu, en had net een bovenste luchtweginfectie (goede timing, as always). Ik dacht dat ik zot werd, gisteren, toen ze mij uit het OK naar buiten leiden. “U mag hier in de wachtzaal wachten, mevrouw.” Of hoe drie kwartier honderd jaar kan duren. Wat een heerlijkheid om dan de anesthesist te zien binnenkomen: “’t Is al gebeurd, het is vlot gegaan, hij is in de PACU.” Woo-hoo, duizend maal.

En daar lag hij dan, nog diep in slaap, af en toe zijn hoofd opheffend, kreunend, een verwilderde blik in zijn anders zo zachte blauwe ogen. Ik wou hem platknuffelen. Maar dat was buiten mijn puber gerekend.
“Weg.”, kwam het koud. His evil self kwam weer wat naar boven, net als de vorige keer.
Toen hij wat later wakkerder was, zei ik hem dat hij altijd een beetje boos is, als hij wakker komt uit de narcose. “Dat is een bijwerking van de verdoving.” was zijn robuuste en zelfverzekerde antwoord.

Even daarvoor waren zijn zinnen nog woorden.
“Dorst.” -“Ik weet het; ventje, maar nu moogt ge nog niet drinken, nog even wachten.”
“Pijn.” -“Ik zal eens vragen of ge nog iets voor de pijn krijgt.” De verpleger ging siroop halen.
De repliek van Henri: “Drinken mag ik niet, en siroop wel. Dat is niet logisch hé.”

Even later. Hij heft zijn hoofd op en kijkt mij aan. “Mamaaa? Zijn ze eruit, mijn amandelen?”
“Ja, jongen.”
“Waar zijn ze?”
“Ik weet het niet, opgestuurd naar het labo zeker, dat is routine.”
“Maar ik wil ze zie-ien. Dat is toch mijn recht, ze zijn van mij!”

Ik ben zo verschrikkelijk blij dat het weer achter de rug is. Ook al lig ik hier in bed te rillen en koud te hebben omdat ik zelf ziek ben, op het meest ongeschikte moment aller tijden, ik ben de gelukkigste mens op aarde, met mijn zoon naast mij in bed.

Advertenties