Dit weekend waren we in de bib om Henri’s boeken te gaan afhalen voor het volgend seizoen van de Kinder- en Leesjury. We konden er op het offciiële openingsfeest niet bijzijn, gezien Henri net zijn amandelen kwijt was geraakt en nogal slapjes was.

De boeken zien er veelbelovend uit, veel spannender en minder meisjesachtig dan vorig jaar, zegt Henri. In eentje ben ik ook beginnen lezen, en ik ga dat uitlezen, denk ik. Over een jongetje dat leukemie heeft, niet meer kan genezen en zijn laatste maanden in een dagboekvorm beschrijft. Het zal wel iets met mijn job te maken hebben, maar ik werd onmiddellijk meegezogen in het verhaal. Echt pakkend geschreven.

Ik ging ook kaartjes ophalen voor een voorstelling van Mark Tijsmans over de Wiet Waterlanders-trilogie, één van Henri’s favoriete boekenreeksen.

Er liepen daar 3 mevrouwen rond, in de bib, en twee ervan, die namen hun tas en hun jas, en die gingen lunchen. Ze zagen er zo op hun gemak uit, dat was mooi om zien. En ik vroeg mij zo af, zou dat veel voorkomen, zo mensen die werken, en dan op een bepaald moment zeggen, kom, we gaan lunchen, zo helemaal zen en rustig en zo. En zouden die dan na de lunch terugkomen, en weer helemaal zen weer aan het werk gaan om dan op een heel goddelijk uur naar huis te gaan?

En hoewel ik mij dat niet echt kan voorstellen, hoe dat gaat, lijkt mij dat wel leuk, zo.

Advertenties