Baby’s, ik vind dat schattig, maar hoe groter ze worden, hoe leuker ik ze vind. Er zijn moeders die het spijtig vinden dat dat baby-zijn eraf is. Dat heb ik nooit gehad. Ik vind Henri eigenlijk almaar leuker worden. Maar er zijn zo van die zeldzame momenten dat ge beseft dat bepaalde dingen niet meer kunnen, en dat dat wel spijtig is. Zoals toen ik gisteren in onze boekenwinkel dat prachtige nieuwe boek van Pieter Goudesaboos zag liggen. Zijn boeken werden hier altijd warm onthaald. Negen schijfjes banaan. Roodlapje. Hoe oma plots verdween. Pistache. Stad. Wat een prachtige boeken. Maar dit was 4+, niet echt iets voor een jongen die pas tien is geworden.
Maar kijk, groot was mijn vreugde toen ik even later Henri zag kijken in het boek. “Kijk, mama, dat is van die van dat boek Stad hé? Meneertje Koek schrijft een boek, en kijk hier is Het Boek van Meneertje Koek. Grappig he. Ik heb het al uit.”

En dingen die ge dan wel kunt met een jongen van tien, is monopoly star wars spelen, heerlijk gaan wandelen in de Bourgoyen zonder gezaag in de trant van “is ’t nog ve-e-e-r” of “ik kan niet meer” of samen eten maken en de tafel dekken. Zaaaaaaalig.

En nu heb ik zin in koekjes. En geen in huis. Verdikke.

Advertenties