Ik krijg dezer dagen bijzonder veel vragen van marktonderzoekbureaus. Het lijkt wel alsof ze nog voor het eind van het jaar hun quota moeten halen. Vanmorgen ook weer.

“Goeiemorgen. U spreekt met Mevrouw X. van Marktonderzoeksbureau Y. Spreek ik met Dr. T. K.?”

“Jazeker.”

“U bent hematoloog?”

“Jazeker.”

“Dr. K., wij doen onderzoek naar de behandeling van kanker. U behandelt toch patiënten met kanker?”

“Jazeker.”

“Wel. Het onderzoek zou bestaan uit een korte bevraging over uzelf, uw specialiteit. En dan is er een patiënten-document, waar u per patiënt ongeveer 10 minuten aan spendeert. Bent u bereid om aan dat onderzoek deel te nemen?”

“Over welke patiënten gaat het?”

“Wel. Het gaat over verschillende kankers. Ik zal u een paar vragen stellen. Antwoordt u maar met ja of neen.”

“Behandelt u mensen met kleincellig longcarcinoom?”

“Neen.”

“Met darmcarcinoom?”

“Neen.”

“Met borstcarcinoom?”

“Neen.”

Haar stem wordt wanhopig. Wat smekerig, ook. “Ovariumcarcinoom?”

“Neen.”

Ze slaakt een diepe zucht. “Pancreaskanker?”

“Neen.”

“Oei. U behandelt geen enkele kanker, dan?”

“Jawel, ik behandel mensen met bloedkanker. Leukemie. Lymfoom. Multipel myeloom. Ik ben hematoloog hé.”

“Dus geen enkele hematoloog komt in aanmerking voor dit onderzoek?” Ze zegt het met verwondering en een vleugje ongeloof.

“Dat klopt.”

“Dan kan ik hier al een ganse hoop dokters schrappen.” Ze klinkt nu een beetje positiever. “Toch bedankt voor uw tijd, dokter.”

“Graag gedaan.”

Advertenties