Als ge denkt aan een weekje verlof in de kerstvakantie, dan lijkt dat altijd een eeuwigheid, maar kijk, we zijn alweer bijna halverwege. Natuurlijk waren er ook dit jaar hele kleine beestjes die het begin van de vakantie vergalden, ze zijn ten andere nog steeds goed bezig, want ik voel mij vandaag weer slechter, meer hoesten en oorpijn en gesnotter en een koortsig gevoel. Ik ben dan ook slim geweest en ben, in tegenstelling tot het plan en mijn wens, niet meegegaan met Henri en zijn vrienden en mijn vrienden naar de VRT (verjaardagsfeestje van l.). Spijtig vooral voor mij dan, want het leek mij niet gezellig om (a) een rondleiding te moeten verstoren omwille van onhoudbare hoest, (b) een rondleiding te moeten onderbreken omwille van geen-adem-meer van één van de deelnemers of (c) iedereen ziek te maken.
Bovendien hebben we nog grootse plannen de komende dagen en -al zal ik niet in topvorm zijn- ik. wil. er. bij. zijn.

Hoe komt het toch dat ik na al die jaren zo ongelooflijk onrealistisch blijf en wilde plannen blijf maken als duurden die dagen drie keer zo lang? Ik wil zoveel dingen nog doen met Henri, die ons in zijn flinkheid en welgevoeglijkheid (wat een prachtig woord) en redelijkheid versteld blijft doen staan, naar Ketnet-Freezzz, naar de film; ik wil nog naar drie tentoonstellingen, ik wil al mijn paperassen voor Onze Tweede Grote Overtocht in orde (ben er bijna), en en en. En denk maar niet dat ik nog niets gedaan heb: ik heb opgeruimd, gewerkt (ja, ik weet het), allerhande papieren in orde gemaakt, cadeautjes gekocht, Henri begeleid naar het schaatsen (zelf lukte niet natuurlijk), vogeleten gekocht voor in de tuin (die arme vogels, ik ben er veel later mee dan anders, wat zullen ze wel denken, en het heeft al gesneeuwd!), en vooral heel veel tijd gespendeerd met mijn twee mannen (welk een deugd kan dat toch doen)…

Advertenties