Het was zoals ik had gevreesd. Henri zijn ogen gaan snel achteruit. Ongeveer 2 jaar geleden begon hij aan -1 langs beide kanten. Dan werd het -1.75 en -2, en nu heeft hij al -2,75 en 3,25. Zucht. Bij mij ging het destijds veel trager achteruit, met halfkes en kwartjes, en ik eindigde uiteindelijk op -4 langs beide kanten in het vijfde middelbaar, toen ik aan lenzen begon. Waar gaat het bij Henri eindigen? En Henri en lenzen, dat zie ik niet zo direct zitten, zijn overgevoelige oogskes indachtig.

We gingen dus vandaag om een nieuwe bril, want zijn oude zakte van zijn neus en had al wat veel van zijn glorie verloren. Het is een stevige en schone geworden (donkerblauw van buiten en knalblauw van binnen) en met extra sterke val- en krasbestendige ontspiegelde glazen. Dinsdag mogen we hem afhalen.

De orthoptiste wist ons ook te vertellen dat er recent een grote studie is gepubliceerd die heeft aangetoond dat bij kinderen die bijziend zijn en wiens ogen snel achteruit gaan (Henri voldeed aan de criteria, helaas), die snelle achteruitgang kan vertraagd en zelfs soms omgekeerd worden door bifocale glazen, ge weet wel van die ouwem/petenglazen. Klinkt logisch natuurlijk, Henri is een leesbeest en op school gaat het natuurlijk vaak van het schoolbord mét bril naar het schrift/werkboek. En dat is nu net minstens gedeeltelijk verantwoordelijk voor de snelle verslechtering. Ik kreeg het wetenschappelijk artikel mee, weet ik weer wat gedaan dit weekend (haha).

Advertenties