Hij loopt zijn puberig hangloopje.

“Henri’tje?”, vraag ik wat zagerig.
“Ja-a-a-a”, antwoordt hij wat verveeld.
“Gaat gij zo een puber worden die zo van die gemene dingen zegt? Dat ge ons haat en zo?”
“Nee-ee-ee.” zegt hij beslist. En na een korte pauze: “en als ik het ooit zou zeggen, dan meen ik het niet.” En hij slaat troostend zijn arm rond mij.

Advertenties