Gisteren was ik mij aan het amuseren in de serre, terwijl Henri zijn tent aan het luchten was –zoals b. schrijft en toont. Plots valt mijn oog op een nat vodje dat met een houten wasknijper aan de boord van de serretafel hangt. Het lijkt wel een doorweekt papieren zakdoekje.

“Henri-i-i, wat hebt gij hier laten drogen in de serre?”

“Een papieren zakdoekje!”, klinkt het gedempt vanuit de verte (hij zit in zijn tent).

“Euh, waarom droogt gij een papieren zakdoekje?”

“Om de vuilbak niet nat te maken.”

Advertenties