Vanmorgen fietste ik voor dag en dauw door mijn geliefde Gent. Zoals meestal op zondagmorgen. In mijn linker fietstzak nog warme broodjes en koeken van bij Fevery, mijn rechter fietszak goedgevuld met een superfijne bloemenstruik, zo een plant die ge tegen een oude muur zet, stoel ernaast, boek erbij, een glas frisse homemade lemonade, goed voor een instant gelukgevoel -u kent die wel. Ik leek wel Déjeuner sur l’herbe op wielen. Ik had zo’n vakantiegevoel dat ik even leek te vergeten dat ik van wacht was…

Een wacht die zwaar begint te wegen, de voorbije nachten waren doorspekt met telefoons (als om half vier in de ochtend de telefoon u uit uw diepste slaap haalt en ge hoort aan de andere kant van de lijn: “Prof. X. wil u spreken over uw patiënt Y., ik zet u op speakerphone, dokter!”, dan zijt ge heel snel goed wakker met ogen zo groot als schoteltjes, neem dat maar van mij aan) en de walletjes onder mijn ogen worden steeds donkerder. Nog twaalf uur, en ik kijk aan tegen een mooie reeks wachtloze en slaapvolle weken.

Advertenties