Daarnet zaten Henri en ik naar Dieren in Nesten te kijken. Een Gemene Mens had Afrikaanse boomeenden gekortwiekt en ze dan in een vijver gedumpt. Mensen van het Natuurhulpcentrum kwamen ter hulp om de beestjes te vangen. De grote had hij snel, maar de kleintjes verzetten zich heviger. “Amai”, roep ik uit, “die kleintjes zijn precies moeilijker te vangen dan die grote.”

Henri kijkt mij aan met van die veelbetekenende ogen, hij zet ze steeds vaker op de laatste tijd. Hij spreekt traag en met nadruk. “Mama, wat denkt ge, als ze ons twee zouden willen vangen, wie zouden ze het gemakkelijkst kunnen pakken, u of mij?”

Advertenties