Die vrijdagochtend bij de bakker.

Een man van een jaar of veertig, schoon kostuum, goed gevulde rugzak. De bakkersvrouw smeert zijn broodje, hij staat met de portefeuille in de aanslag. Broodje en geld wisselen van eigenaar, en terwijl zij bezig is met de kassa om zijn wisselgeld te geven, bedenkt hij vandaag meer wil dan een broodje alleen.
“Zeg. De lessen op de universiteit,” roept hij luid in plat Antwerps, “beginnen die om 8 uur, om 9 uur? Of om half negen?”
Zij kijkt verbijsterd achterom. “Dat weet ik niet hoor.”

Neen, vandaag krijgt hij enkel zijn broodje. Mét verse groentjes natuurlijk.

Advertenties