Vandaag, op de laatste dag van deze prachtige augustusmaand, hebben we meme begraven. Het was een prachtige mis, een mooi weerzien met velen, dicht en ver, ontroering om vrienden die aanwezig waren, maar vooral: een waardig afscheid voor deze prachtige vrouw. Dit is de tekst die ik schreef en voorlas in de kerk. Bedankt aan iedereen die er was, voor de deugddoende knuffels, voor alle lieve woorden.

Mijn vroegste herinneringen aan meme.
Ik ben een klein meisje met lang blond haar.

Meme kijkt altijd naar uw schoenen. Altijd.
Met een gespeelde strengheid om haar mond, maar in haar ogen een ondeugende flikkering. Elke vlek of doffe plek ziet ze, keurt ze af. Maar als ze mooi blinken, de schoenen, dan breekt haar gezicht open in een stralende glimlach.
Ik zorgde er altijd voor dat mijn schoenen mooi blonken als we bij meme gingen. Altijd.

Meme kookt. Ze maakt karnemelkpap. Daar was ze zot van. Ik iets minder.
Ik zie haar zo staan, die kleine, frêle vrouw, met haar rug naar me, kokend. Altijd uitnodigend was ze, zorgend, warm.
“Eet je een hapje mee?
Zet u bij!
Moet ge nen boterham hebben, ik heb lekkere paardenfilet!
Of een droog worstje ? –neen, dat was meestal pepe.
Moet pepe naar de markt om ne wafel voor ulder?”

Nog een herinnering. Ik ben intussen niet meer zo blond, en enkel diep van binnen nog een meisje. Ik kreeg een lief, en met hem, een zoon. Hij is vijf, Henri. En blond, met de blauwe ogen van zijn grootvader, meme’s oudste zoon.

Hij is in een diepe discussie verwikkeld met zijn overgrootmoeder, mijn meme. Er zitten tachtig jaren tussen hen, jaren van geluk, vertedering, liefde, zorgen, levenswijsheid, die zij heeft – hij nog niet. Maar ze praten als kameraden met elkaar. Ze hebben alletwee dezelfde pretlichtjes in hun ogen. Henri heeft meme net verteld dat we thuis een kuisvis hebben, in het aquarium. “Dat wil ik ook wel, een kuisvis”, zegt meme. “Zo eentje dat haar huis kuist terwijl zij in de zetel zit en toekijkt, ja, dat ziet ze wel zitten.” Hij: “Maar neen, meme, dat is een vi-is, die moet altijd in het wa-ater!” Zij: “Maar die mag bij mij ook in het water, nadat hij ons huis heeft gekuist natuurlijk!”

Lieve meme,

Wat kon je toch grappig zijn! Bij jou op bezoek komen, dat was duizend keer beter dan Comedy Casino! Ik zei vaak: “Als ze ooit een Comedy Cup organiseren voor 70-plussers, dan wint meme die met de vingers in de neus!” De humor van mijn meme, schreef ik ooit, is fijner dan het fijnste schelletje carpaccio. En dat kan iedereen die het geluk heeft gehad je te mogen kennen, beamen. En die humor heb je behouden, tot je stem samen met jou verdween…

Dat je je Grote Liefde, onze pepe, moest afgeven, net voor zijn 94ste verjaardag (hoe kon het anders dan dat jullie op dezelfde leeftijd zouden sterven), daar ben je nooit bovenop gekomen. Maar toch, meer dan een jaar na zijn dood, waren daar ineens die grapjes terug, eerst voorzichtig en terughoudend, in korte oprispingen, tussen het Grote Verdriet en de tranen door, maar meme, wat waren we allemaal blij met dat eerste grapje, die ondeugende lach rond je mond, die pretlichtjes in je ogen! Wat hadden we dat gemist!

Wat was je een verstandige vrouw, meme. In een andere tijd had je grootse dingen kunnen verwezenlijken, daar ben ik zeker van! Maar je werd geboren in een tijd dat vrouwen niet gingen studeren, je werd moeder, van negen kinderen. En wat voor een Moeder! Marie-Jeanneke, de oudste, moesten jullie veel te vroeg afgeven, maar de andere acht zijn hier aanwezig vandaag. Wat mag je trots op hen zijn, op je kinderen, schoonkinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen! Wat heb je, als een ware mater familias, deze grote familie bijeen gehouden, heel lang samen met pepe, de laatste jaren alleen. Met deemoed en wijsheid! Met een ongelooflijk respect voor traditie en een grote vergevingsgezindheid en verzoeningsdrang. Wat heb je dit prachtig gedaan! Wat gaan we je allemaal missen! Maar wees gerust, we zullen, voor jou en voor pepe, deze familie in eer houden en houden van elkaar en elkaar respecteren zoals jullie ons hebben geleerd! Als je ziet hoe die familie bij jou was, hoe vaak je bezoek kreeg (het was daar altijd bakske vol, bij je thuis, maar ook in het rusthuis , wat velen onder hen allemaal voor jou hebben gedaan, dag in dag uit, dan weet ik zeker dat het goed gaat, met jouw nakomelingen!

Het zal misschien raar klinken, maar wat heb ik genoten van de tijd dat je in het UZ lag, in “mijn” ziekenhuis. Je was maar een kleine wandeling van me verwijderd en ik passeerde vaak, tussen twee vergaderingen of lessen of patiëntenbezoeken door, voor een babbel, een kwinkslag, soms al eens een serieus gesprek, maar altijd eindigden we met een knuffel. Wat kon jij goed knuffels geven meme. Ik miste die bezoekjes, toen je ontslagen werd, weet je dat?

Op het Kerre Feest, in januari 2012, gaf ik je een cadeautje, dat versierd was met pluimen. “Ah, die komen goed van pas”, zei je, “want ik heb al veel van mijn pluimen verloren.”
Daar sloeg je de bal toch even mis, meme, hoe grappig die uitspraak ook weer was. Want lieve meme, je had al je pluimen nog, toen je, maandagavond, heel zachtjes van ons weggleed: je waardigheid, de helderheid in je hoofd, je gevoel voor humor, je mededogen, het was er allemaal nog., tot op het allerlaatst.
Je was er klaar voor, om te gaan, om eindelijk weer bij pepe te zijn, jouw Grote Liefde.
Wij niet zo. Maar we zijn ongelooflijk dankbaar voor alles wat je voor ons bent geweest, en dat we zo lang van jou mochten genieten.
Dat was en is een Groot Geschenk.
Bedankt meme, rust nu maar zacht.

Advertenties