Maandag, we zijn in Gent en b. komt vandaag terug na een bijzonder geslaagde editie van Jazz Middelheim. Ik kijk naar zijn foto’s, hoor zijn verhalen, en ben content in zijn plaats (u weet, plaatsvervangende schaamte vind ik een totaal overbodige emotie, van plaatsvervangend contentement, daarentegen, ben ik een fervent aanhanger -moet u ook eens proberen).

Bij zijn aankomst zegt b.: “Ik zie het wel zitten om vandaag nog naar Frankrijk te rijden” (nvdr we gingen normaal gezien dinsdag vertrekken), en nadat we van de schok zijn bekomen, knikken Henri en ik enthousiast van Ja!
Op 2 uur maken we onze valies, steken we alles in de auto, maken we nog een aantal arrangementen (de housesitters worden vriendelijk gevraagd een dagje vroeger af te komen), en weg zijn we! Ik heb het boek De Autonauten van de Kosmosnelweg zorgvuldig bewaard tot nu, ik wou eraan beginnen tijdens onze tocht richting het zuiden, en het geeft het boek nog meer emotionele waarde dan het op zich al heeft. Schoon, schoon, schoon. Ter ere van de auteurs (Julio Cortázar en Carol Dunlop) zal ik vanaf nu een beetje naar analogie met hun wetenschappelijk ogende reisverslagjes van hun tocht van Parijs naar Marseille, waarbij ze elke aire bezochten (à rato van 2 per dag, ze deden een goeie maand over de tocht), ook onze reis voor u verslaan. Ik wuif u met veel respect toe, Beertje en Wolf (hun respectieve koosnaampjes, na het lezen van hun boek heb je als lezer geen schroom mee om hen ook zo aan te spreken, lees maar en u zal me gelijk geven), en dank u voor dit prachtige boek! En dank u, Charlotte Mutsaers, want uw enthousiasme over het boek zorgde ervoor dat dit, tot voor kort niet meer vekrijgbare kleinnood, opnieuw werd uitgegeven.
Nog net op de valreep voor middernacht komen we aan in ons toevluchtsoord, goed gereden van b. (wel niet zoveel halt gehouden als Beertje en Wolf) -ik weet niet hoe hij het doet.

IMG_0430.JPG

IMG_0431.JPG

Advertenties