Zoeken

Morgen Komt Polly

over gisteren, vandaag, en morgen natuurlijk

Amai welk een hoorspel…

Daarnet aan het avondmaal.
B. en ik hebben een discussie over het al dan niet inbegrepen zijn van 4 ‘overmachtdagen’ (voor zorg voor uw zieke kind bijvoorbeeld) in mijn verlofdagen. Ik denk van wel, hij niet.
Henri: ‘Moest ik Jommeke zijn, dan zou ik nu zeggen: ‘Is het nu gedaan met dat kibbelen?’, en moest gij Jommeke zijn mama zijn, dan zoudt ge zeggen: ‘Zeg, gij moet ons nu niet de les spellen, snotjong!”
Ik begin iets op een papiertje te krabbelen.
B. zegt: ‘Jamaar, wat zijt gij daar nu weer allemaal aan het opschrijven? Ge gaat toch zo niets over mij op uwen weblog zetten hé’
Waarop Henri, zijn ogen ten hemel gericht: ‘Maar papa toch, ik denk wel dat het over mij gaat…’
En dan b. ‘Allez, maar toch niets over dat kibbelen, want op internet is alles perfect! Daar wordt immers nooit gekibbled!’
En toen wij allemaal roflol…

Jonge God!

Mijn vader, voor mij nog steeds een Jonge God, is vandaag Jarig! Ze zijn bij ons door b. bereide Zalige Vogelnestjes komen eten. En een Glaasje Wijn erbij. We hebben hem een Mooi Boek cadeau gedaan. En een Ontroerende Kaart. En we hebben Heerlijke Gesprekken gehad. Ondermeer over onze nakende reis naar Amerika. Manman, wat kijk ik daar naar uit! De Reis op zich (het is 7 jaar geleden dat we nog eens écht op reis gingen!), de Natuur, de Weidsheid, de Decadentie!

In maanden en dagen lijkt alles langer…

‘Mama, schrijft die blauw?’ Henri wijst naar de pen waarmee ik in het middelbaar schreef, en die nog steeds dienst doet. Je krijgt er blauwe handen van (vooral Henri dan), maar voor de rest doet ze het nog prima. Ze schrijft zo lekker vettig.
Ik: ‘Ja.’
Hij: ‘Yes! Eindelijk weer een blauwe pen om mee te schrijven!’
Ik: ‘Is je pen kapot misschien?’
Hij: ‘Ja. Nee. Ik heb geen vullingen meer.’
Ik tover een vers doosje vullingen voor zijn pen tevoorschijn. Ik koop er altijd eentje extra, zodat we nooit zonder zitten.
Hij zucht. Dit was duidelijk niet het scenario dat hij in gedachten had. ‘Maar ik moet echt dringend een nieuwe pen hebben. Hoelang heb ik mijn pen niet al?’
Ik: ‘Euh, van vorig jaar pas toch?’
Hij: ‘Ja, dat is toch al lang! Hij sleept er pen en papier mee, begint streepjes te trekken, maakt een kening, en even later: ‘Dat is meer dan twintig maanden! En bijna zevenhonderd dagen! Want twee jaar zou zevenhonderdertig dagen zijn, maar twee jaar dat is vierentwintig maanden, en het zijn er maar twintig. Maar bijna zevenhonderd dagen, da’ toch al lang hé!’

Ja, als ie het zo zegt…

Op zijn blad staan: twintig streepjes, mooi in vier groepjes van vijf (vier met een streeep door) en 365×2=730.

Kreuken

Vanmorgen weer met ons drietjes (ja, b. doet met ons mee sedert vorige week…) gaan lopen in de Blaarmeersen. Lekker vroeg. Henri was vorige week ‘niet op tempo’ zoals hij het uitdrukte. Deze keer had ik hem twee krachtmedaillons gegeven (2 flippo-achtige dingen die ik in de zak van mijn trainingsbroek had gevonden), maar toch liep het niet echt vlot, vond hij. Plots viel het hem te binnen. Vorige week had ik hem pas laten douchen na het lopen, en nu was hij opnieuw ongewassen vertrokken (kwestie van hem geen 2 keer op een uur tijd te moeten wassen). ‘Dat is het. Doordat ik vanmorgen nog geen badje heb genomen, zijn de kreuken nog niet uit mijn lijf.’
‘De kreuken?’
‘Ah, ja, de oneffenheden en de spierstijfheid van de vorige dag enzo, als je een badje of een douchke neemt dan verdwijnen die als sneeuw voor de zon. En nu zitten die nog aan mijn lijf!!’

Later begonnen de medaillons toch te werken, en snelde hij er als een hazewind vandoor. En ik erachter!
Ik voel me echt goed bij dat lopen. En ben eigenlijk wel trots op mezelf dat ik het doe en volhoud… Nog liever zou ik het twee keer per week doen, maar ’s avonds ben ik altijd zo laat thuis, dat dat moelijk haalbaar is…

En toen wij de Blaarmeersen uitliepen, kwam daar een ongelooflijke bende aan- en even later voorbij-gejogged. En, ja hoor, wij ontwaarden ergens vooraan mijn naamgenote, die we enthousiast hebben toegewuifd en moed ingeroepen!

Leve de Lopers!

Veiling voor Rwanda

Tijd om ook eens reclame te maken. Voor een goed doel natuurlijk.

Mijn nichtje, r., of eigenlijk een nichtje van b., maar voor mij is ze ook mijn nichtje, en ze ligt me nauw aan het hart, is laatstejaarsstudente psychiatrische verpleegkunde in het Guislain in Gent, en trekt in juli samen met 5 medestudenten naar Rwanda om er als vrijwilliger te werken in het Hôpital Neuropsychiatrique Caraes in Kigali met een kleine vestiging in Butare.

Naast de 1.700 euro die ze uit eigen zak moeten betalen voor hun reis, willen de studenten ook nog eens geld inzamelen ten voordele van de vrouwenafdeling van het psychiatrisch ziekenhuis. Er was al een spaghetti-avond en een paaseierenverkoop, maar nu steken ze dus hun energie in een kunstveiling. En hopen op een mooie opbrengst…

Online bieden kan hier, nog tot 31 mei 2007 om 24u00.

Vandaag en morgen waren / zijn de kunstwerken te bekijken in vormingscentrum Guislain, Jozef Guislainstraat 43, van 10 tot 16uur.

Allen daarheen!! Gaan kijken, en dan bieden! Ge moest al weg zijn!

Meer info nog hier (r. is het mooie meisje op de foto met die prachtige vaas in haar handen).

Vol

Hebt u dat ook soms, dat alles wat je wil en moet doen, alle ideeën en alle plannen je hoofd zo vol maken, dat je er niet goed van wordt? Dat je het gevoel hebt dat je alles gaat vergeten, en dat je lijstjes moet maken, en dat je die dan ook maakt, en dat je het gevoel hebt dat je intussen wel duizend lijstjes hebt gemaakt, en dat je er zeker al een paar kwijt bent, en dat je nooit meer alles kan doen wat op je lijstjes staat, en dat er dan nog elke dag dingen blijven bijkomen?
En dat dat gevoel écht lijfelijk zeer doet?
Zoiets?
Iemand?

Verhalen (2)

Elke ochtend op de fiets passeer ik een rij kleine huisjes, waarvan er eentje altijd mijn aandacht trekt. Het huisje was mij onmiddellijk opgevallen toen ik ongeveer een jaar geleden besloot de tram in te ruilen voor mijn fiets. ’s Ochtends, rond kwart over acht, stond de deur altijd open, en voor de deur stond zo een elektrisch karretje geparkeerd. En telkens ik voorbijreed, dacht ik aan de mens in het huis. In mijn hoofd woonde hij alleen. Elke ochtend kwam iemand van familiehulp langs om hem te helpen, het huis te verluchten, en zijn karretje buiten te rijden. Intussen werd het huis gepoetst. Tegen het moment dat ik al volop aan het werk was, lag zijn huisje te blinken, en was hij klaar voor zijn dagelijkse tocht met zijn karretje. Want hij hield van avontuur. O ja.
Weken en maanden fietste ik voorbij, en dacht aan de man in het huis. Het werd een beetje mijne maat. Ik wenste hem een goede morgen, en in mijn gedachten schijnt de zon altijd als ik daar passeer(de).
Eind vorig jaar, op een donkere ochtend, stond zijn karretje er niet. Ik was wat ongerust, zeker toen het ook de dagen nadien niet meer verscheen. Ook de deur bleef dicht. Misschien was hij op reis? Of ziek geworden? Of elders gaan wonen? Nog een paar weken later verschenen zakken op de stoep, en dozen. Er was duidelijk iemand grote kuis aan het houden.

Ik vrees een beetje dat mijne maat er niet meer is.

Tijdens de eerste mooie dagen van dit jaar zag ik plots weer leven in het huisje.
Ik denk dat er een nieuwe mens komt wonen.

Maar ergens hoop ik dat mijne maat een paar maand in het ziekenhuis heeft gelegen, en na een operatie weer kan lopen. Dat hij nu zelf zijn huisje opkuist, verlucht, en dat hij zijn karretje naar de Kringloopwinkel heeft gebracht.
En als ik aan het werk bent, gaat hij joggen. En ijsjes eten.
Ja, dat moet het zijn.

Verhalen (1)

Ik had het al aangekondigd, ik broed op een aantal verhalen. Tijdens mijn dagelijkse fietstochten passeer ik dezelfde huizen, dezelfde stukken straat, en vaak ook dezelfde mensen. Ik heb er altijd van genoten mensen te observeren, en dan te fantaseren wat hun verhaal is. Waar ze naartoe gaan, waar ze vandaan komen, wat voor mensen het zijn… Als je bedenkt hoeveel verhalen elke mens met zich meedraagt, dat is toch ongelooflijk.
Ik heb het ook altijd één van de mooiste kanten van mijn beroep gevonden: je krijgt er zoveel boeiende verhalen en levenswijsheid bovenop.

Twee verhalen wil ik vertellen: eentje van een mens op weg, en eentje van een huis met de deur open en een rolstoelkarretje voor.

Bijna elke morgen komen Henri en ik een heel magere mevrouw tegen, ze zit diep weggedoken in haar jas, klemt haar tas heel hard tegen zich aan, en stapt wat voorovergebogen, alsof ze tegen een hevige wind ingaat. Ze ziet er ziek uit, en heel bleek. Gisteren, 1 mei, kwam ik terug van de bakker, en zag ik haar, in tegenovergestelde richting van normaal (net als ik dus) op exact dezelfde manier stappen. Ik herkende haar van ver. Wat was er gebeurd? Was ze vergeten dat het vandaag een vrije dag was, en was ze op het werk aangekomen, en had ze gemerkt dat ze de enige was, en was ze dan maar teruggekeerd? Of was ze gewoon ook naar de bakker geweest, maar een andere, en keerde ze terug naar huis? Of moest ze naar de apotheker van wacht om ene vitaminepreparaat?

Verhalen schrijven zichzelf, in mijn zotte hoofd…

Dat van het huis is voor morgen, denk ik. Het hoofd doet pijn en is moe. En, moet eerst ook nog een pakje werk doornemen…

Showbeest

Vanmorgen tijdens het ontbijt (versgeperst appelsiensap, koffie voor hem, latte voor mij, koude melk voor kleine hem, lekkere koeken van Oud Huis Himschoot, Oude Kaas en Goeie Boere-Boter) schrijf ik plots snel iets op een papiertje.

‘Mama, wat schrijft gij nu op?’

‘Iets voor op mijn weblog’, zeg ik snel, terwijl ik me haast verder te schrijven. (Twee aan elkaar verwante verhalen waar ik al een ganse tijd mee in mijn hoofd zit, schieten me tijdens het fietsen telkens weer te binnen, maar tegen de tijd dat ik thuis kom, denk ik er niet meer aan.)

‘Ah, ja’, zegt hij een beetje schamper, ‘De Onnozele Henri Show zeker!’

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑